Gepost door: dejister | 17 augustus 2010

Die verdraaide arm van Matthias Grünewald (1)

              Kruisiging Isenheimer Altar, (1511-1517), Matthias Grünewald

Volgens Francesco Carotta gaat de kruisiging van Jezus Christus terug op een oudere traditie, de cultus van Divus Julius. Het was Julius Caesar, wiens doorstoken lichaam als een kopie van was aan een draaiend tropaeum, een soort draaiend kruis, heeft gehangen. In de klassieke bronnen is er sprake van een mechaniek wat dit ‘kruis’ in staat stelde te roteren, zodat de hele bevolking van Rome dit kon aanschouwen. Zie hier een foto van een reconstructie, die deel uit maakt van mijn documentaire Het Evangelie van Caesar. Deze is in verschillende talen te downloaden en is op youtube.

Julius Caesar aan het tropaeum, reconstructie Rascafria 2007

Dit draaiende tropaeum heeft zich later doorgezet in de traditie van de Jezuscultus als de Jezus aan het kruis, met bijpassende attributen. Dat verklaart ook waarom de bleke Christus aan het kruis overal in het ‘Roomse’ rijk hing & hangt: het was en is in wezen de omgebrachte Caesar als wasfiguur, de verraden en gedode ‘Zoon van God’. Tussaud avant la lettre. Zijn er nog sporen van die verbeelding terug te vinden in de latere christelijke iconografie? Is bijvoorbeeld die draaiing van het kruis nog in de latere beeldtraditie terug te zien? Francesco Carotta onderzoekt de oorsprong van het kruis en ontdekt de sporen van het mechaniek van het draaiende kruis in de Orpheos Bakkikos, een vroege amulet dat gerelateerd kan worden aan de Divus Juliuscultus. Opvallend is dat de figuur aan het kruis niet frontaal wordt afgebeeld, wat gemakkelijk zou zijn geweest, nee de kunstenaar heeft op dit minuscule steentje al priegelend de Christus vanuit een bepaalde hoek gegraveerd. En de gekruisigde hangt niet recht-toe recht -an aan het kruis maar gedraaid, met de benen naar rechts! (voor kijkers links)

Orpheos Bakkikos (amulet) drawing by A. Becker

Let wel: hier is de amulet zeer groot afgebeeld, in werkelijkheid is deze 9 millimeter breed en 14 millimeter hoog. Iedereen die wel eens met een figuurzaag in de weer is geweest of een klein schroefje in hardboard heeft gedraaid, weet wat een enorme prestatie de kunstenaar heeft moeten leveren om deze gedraaide gekruisigde  in de kei-, kei-, keiharde steen te graveren.

                                     Santa Sabina all’Aventino,  (430), Rome

Op een houten kerkdeur in Rome, de Santa Sabina, is ook een vroeg kruisingstafereel te aanschouwen uit de vijfde eeuw. Zien we hier een draaiing bij de Christus in het midden? Je ziet op het eerste gezicht welliswaar helemaal geen kruis, maar het is er toch: boven de hoofdjes van de heertjes links en rechts is een restant van de verticale balk zichtbaar en achter de handen zie je de verticale balk. Bij de Christus is deze onzichtbaar achter zijn haardos. Dit drietal kijkt ons schuintjes aan: hoofdjes en buikjes zijn naar rechts, voor kijker natuurlijk links. Je kunt je afvragen waarom de kunstenaar er voor heeft gekozen de armen van Christus zeer expliciet op ongelijke hoogte te beitelen. In de afbeelding zit immers de linkerhand van Christus (en zijn arm) aanmerkelijk hoger dan de rechterarm, waardoor een perspectief ontstaat die maakt dat de ene arm verder weg lijkt dan de andere arm wat ook bij een draaiing het geval zou zijn. Voeg dit bij de schuine houding van het lichaam, met het vooruitgezette rechterbeen en rechterarm  (c.q. het achtergestelde linkerbeen wat complementeert met de achtergestelde linkerarm), en het geheel zou op een impressie van een draaiing kunnen wijzen. De voeten van de Here staan ook niet naast elkaar, maar ‘achter’ elkaar, wat ook een argument zou kunnen zijn dat Christus rondjes kon draaien. (Carotta geeft een verklaring voor de andere twee gekruisigden in de vertelling.) Toen in het Christendom, aan het begin van de Renaissance,  de projectie postvatte dat er een echt mens aan het kruis had gehangen, had dat gevolgen voor de visualisering. Was er aanvankelijk in de beeldtraditie nog sprake van een figuur aan het kruis die alle wetten van de zwaartekracht tartte,

        Ivoren plaquette op doosje van ivoor, (+/- 420 na Chr.), British Museum

te weten: géén spijkers in de voeten en toch als een sportman in de ringen kunnen blijven hangen, later kwam er gaandeweg een andere opvatting. Een mens kon niet zo worden afgebeeld als een jongleur die een loopje neemt met de zwaartekracht, een écht mens hing niet zo aan het kruis en dus moest ook de beeldtraditie gehoorzamen. Een enkele traditie hield klaarblijkelijk nog vast aan het uitgangspunt dat er geen mens aan het kruis hing, maar een inklapbare pop (met lendendoek)  zoals hier op deze icoon. Alles kan scharnieren aan deze pop en dus kan hij worden opgeborgen, zoals men ook in Spaanse tradities aantreft. Of is het gewoon nog een restant van de traditie dat er nooit een echt mens aan het kruis heeft gehangen? Op deze 15e eeuwse ivoren plaquette zien we hoe de kunstenaar de draaiing van de Christus heeft opgelost door het onderlichaam van de gekruisigde omgekeerd af te beelden: 

                               Christus aan het kruis, (15 eeuw), Venetië

In de orthodoxe traditie vinden we ook de draaiing terug, op foto (boven) en in fresco (beneden). 

                      Muurschildering, (ongedateerd), Constantijn en Helena

                                               L’Estoire du Graal (rond 1325)

Op deze afbeelding hierboven zien we een vreemd kronkelende Christus die zélf een draaiende indruk lijkt te maken, ook qua benenwerk. Opvallend is, en dat tref je ook bij veel andere kruisigingstaferelen aan, dat de verticale ‘boom’ zoveel mogelijk zichtbaar blijft. Bij een draaiend ‘kruis’  blijft immers ook de verticale balk (even) zichtbaar als je de achterkant ziet. Wie iets draaiends wil suggereren, laat dus zoveel mogelijk van de verticale balk zien. Die continuïteit van een zoveel mogelijk zichtbare verticale balk lijkt in de traditie nog zichtbaar:

         Kruisiging van de zwarte Christus, Metropolitan Cathedral, Mexico City.

                          Daniel Hopfer (1470-1536) Christus aan het kruis

                                Guasparri di Spinello, Arezzo,  (1387 – 1453)

                             Kruisiging, Westfalen, (rond 1500), Getty Museum

Bij deze Westfaalse meester is de verticale balk ook zichtbaar bij de hangende Christus en wordt het draaien van het kruis mogelijk gesymboliseerd door de gehangenden aan de linker en rechterzijde. En het zal wel aan mij liggen dat het drietal als geheel de suggestie heeft van een draaiing. Een draaiende kermis. Ook op de afbeeldingen hieronder zijn deze draaiingen zichtbaar. Onderwerp voor een scriptie!

                     Kruisigingstafereel, (1650), Heilig Klooster Stavronikita, Atos

                    Kruisiging (tryptiek), (1545-50), Maarten van Heemskerck

                                     Kruisiging, ets, (1635), Rembrandt van Rijn

We zien, trouwens niet in alle deeltradities maar wel als patroon, de verticale balk in de kruisiging als mogelijk overblijfsel van de visualisatie van een draaiing.


                                        Kruisiging Cimabue, (1274), Firenze

                                                    Kruisiging, (14e eeuw)

                                            Paneel, (vroeg 16e eeuw), Ethiopië

             Master of Virgo inter Virgines, (1490),  Galleria degli Uffizi, Florence

Leg een lineaal over de vertikale balk van het kruis en merk op welke kromming deze maakt. Merk ook op dat de verticale balk bijna doorloopt achter het lichaam van de Christus. De kruisiging van Matthias Grünewald op het Isenheimer Altar laat ook duidelijk een continuïteit  van de verticale balk zien:

grunewaldchrist1

En op deze kruisiging van Giotto, beneden, zien we de verticale balk lang doorlopen, tot  ver onder de doorzichtige lendendoek. Opvallend is ook dat Giotto de denkbare lijn van de verticale balk beneden niet laat doorlopen tot boven, maar er een onderbreking aan geeft. Hierdoor wordt de linker schouderpartij van Christus ten opzichte van de verticale balk ook anders gepositioneerd, hetgeen de suggestie van een draaiend effect versterkt.

                                          Giott0, (1300) Scrovegnikapel, Padua

Van Soest laat ook de verticale balk boven verspringen. Hij geeft de balk ook een draaiing in perspectief, van boven naar beneden:

                    Kontrad von Soest, (1404 of 1414), Bad Wildungen

Op deze afbeelding wordt door de ‘schuine’ weergave van de horizontale balk een draaiing gesuggereerd:

The Crucifixion, with Hilleprand V. Jaufenberg (donor) praying, flanked by saints, (1400)

Het feit dat bij de eerder al genoemde afdruk van de Orpheus Bakkikos de horizontale balk ten opzichte van de verticale balk links veel langer is dan rechts, doet ook hier een draaiimpressie vermoeden. Dit wordt nog versterkt doordat rechter hand achter de horizontale balk is geplaatst, waardoor hij niet meer zichtbaar lijkt. Bij een echt draaiend kruis immers verdwijnt de verste hand/arm op een bepaald moment even uit het zicht. 

orefusbakkikos3

Orpheos Bakkikos (amulet) 

 Dölger 1910, vol. 3, pl. 36; Hinz 1973, 91, fig. 114

Ook hier een draaiing in de verticale balk zelf:

                    Kruisiging,(c. 1476) Hungarian National Gallery, Budapest

De voorstelling beneden laat ook een draaiing zien in de verticale balk:

                     Simon Vouet – “Korsfästelsen” (1622). Chiesa del Gesù

Bij de voorstelling beneden van Matthias Grünewald zien we nog de verticale balk terug als uitstulping in de rechter zij van de Christus. In deze voorstelling zien we ook hoe ook bij hem de schouderpartij links zich als het ware rondom de balk wil mee vervormen, met de draaiing mee.

      Christus aan het kruis, (1515-1522), Matthias Grünewald, (Foto Staatliche     Kunsthalle Karlsruhe)

Op deze tekening van Albrecht Dürer beneden zien we een bijna doorlopen van de verticale balk. Merk op dat de rechter arm (voor kijkers links) veel korter is dan de linker arm. Mocht deze arm even lang zijn als zijn linker evenknie, dan zou deze achter het rechter borstbeen moeten ontspringen! Dat verklaart ook de vreemde aanhechting van deze rechterarm. Is hier nog een restant van de traditie van een roterend lichaam?

                                               Kruisiging, (1511),  Albrecht Dürer

Ook bij Hans Baldung is er sprake van een kortere arm, maar dan de linkerarm:

Hans Baldung Grien, (1511),  Germanisches Nationalmuseum, Nuremberg

En  Albrecht Dürer rommelt ook met deze rechterarm, die ‘achter’ de verticale balk lijkt door te lopen.

                           Albrecht Dürer, (1494), Narrenschiff,  houtsnede

We hebben al laten zien dat Grünewald de verticale balk bijna helemaal door laat lopen en dat de rechterarm zich achter de verticale balk bevindt. (Op het ongemonteerde materiaal van mijn documentaire wijst Carotta op dit verschijnsel.) Merk ook op dat de schaduw van de balk in de borstkas doorgaat, van boven naar beneden.

Alles bij deze kruisiging lijkt te draaien: niet alleen draait de Christus zijn handen, armen, benen en voeten, de verticale balk op zich maakt ook een draaiing in zichzelf  en wordt van vierkant aan de bovenzijde (!) ook nog weer rond aan de onderzijde. Let ook op de schaduwen op de verticale balk. Ook de manier waarop de horizontale balk achter de verticale balk doorloopt is zeer onnatuurlijk en suggereert een draaiing, de armen van deze horizontale balk zijn niet even lang en suggereren, net als die van de steunbalkjes erboven, een perspectief. De manier waarop het bordje met INRI is opgehangen lijkt ook naar dit perspectief te verwijzen. Zie ook dit artikel.

In de afbeelding van een andere kruisiging van Grünewald treffen we dezelfde tendenzen aan. Opvallend is dat het mogelijk draaiend kruis nog een restant bevat van een mechaniek wat ‘het kruis’ zou kunnen laten draaien. Zie de suggestie van een roterend hout aan de voet van het kruis. En opvallend is tevens dat Grünewald zozeer de  gehele constructie van een kruis benadrukt, alsof het zelf een mechaniek is. Zie hoe de horizontale balk en de vertikale balk aan elkaar zijn bevestigd. 

(klik foto aan voor vergroting)

Francisco de Zurbaran suggereert ook een impressie van een draaiing. Let op de ongelijke helften van de horizontale dwarsbomen (links langer dan rechts), de suggestie van de ronde vertikale boom die in schaduwen doorloopt in het lichaam, met name het rechterbeen, de gedraaide benen en voeten en de lendendoek die een draaiende beweging suggereert:

              Francisco de Zurbarán, Lucas als schilder voor het kruis (1660)

Onderstaand filmpje bevat een tilt-down van de crucifix op het Isenheimer Altar, die wordt toegeschreven aan Matthias Grünewald. Dat maakt het mogelijk alle argumenten nog eens in de praktijk te zien werken, Deo Volente.

Advertisements

Responses

  1. […] verdraaide arm van Matthias Grünewald (2) In een eerder blog heb ik aangegeven dat Matthias Grünewald de rechterarm van Christus achter de verticale balk van […]


Categorieën

%d bloggers liken dit: