Quod erat demonstrandum

Quod erat demonstrandum

In zijn baanbrekende studie Die sechste Stunde toont Arne Eickenberg aan dat alle wonderen en natuurrampen die we in het lijdensverhaal van Christus kennen, terug te vinden zijn in de teksten over Julius Caesar’s dood, bijzetting en daaropvolgende geschiedenis. Eickenberg knoopt daarbij aan bij veel oudere tekstonderzoekingen die, om welke reden dan ook, niet de gevolgtrekkingen lieten zien die hij wel kan maken. Samen met Francesco Carotta die de overkoepelende theorie over de relatie tussen Caesarbron en Jezusverhaal ontwikkelde, publiceerde Eickenberg al eerder wetenschappelijke artikelen. Het gaat hier om een nieuwe visie op het ontstaan van het Christendom, die een andere blikrichting kent en alle bestaande materiaal over het vroege Christendom herschikt.

In wezen maakt Eickenberg in zijn nieuwe studie een dubbelslag in bewijsvoering. Hij toont niet alleen aan dat de latere tekst een herschrijving is van een eerdere tekst, hij maakt ook aannemelijk dat de beschrijving in de eerdere tekst gewoon geschiedenis is: geschiedenis van mensen, geschiedenis van natuurverschijnselen. De dood van Caesar, de eruptie van de Etna in die tijd. Eenvoudig en krachtiger kan het niet. Deze twee beschreven grote gebeurtenissen zijn, zij het getransponeerd, ook aanwezig bij de dood van Christus in de evangelietekst.

In het boek gaat hij alle wonderen en natuurverschijnselen af die bij de dood in het lijdensverhaal van Christus worden genoemd en die tot nu toe, ondanks veel theologische acrobatiek, taalkundig qua herkomst niet overtuigend zijn gebleken. Want dat al deze vreemde verschijnselen zich ten tijde van de kruisiging niet kunnen hebben afgespeeld, daarover is consensus. Zelfs onder theologen-wetenschappers. De oplossing ligt eenvoudig in de intertextualiteit van tekstengroepen. Wie eenmaal dit beginsel tot uitgangspunt neemt, en tekstonderzoekers doen immers niet anders, ziet een wereld van relaties voor zich ontvouwen.

In kleine hoofdstukken geeft Eickenberg elk fenomeen bij Christus’ dood een oorspronkelijke plaats bij de doding van Caesar: o.a. de donkerte, het opstaan van de doden, de aardbeving en het in tweeën scheuren van het voorhangsel, de maan in bloed, het zesde uur met de duisternis, bloed zweet en dromen, de zoon van God. Eickenberg heeft aan specialisten uit alle universitaire vakgebieden die raken aan dit onderwerp, zijn vragen voorgelegd: aan de linguïstiek, de kalenderkunde, folkloristiek, Latijnse paleografie, astronomie, Syrische philologie en last but not least de geologie. In die zin is het onderzoek als set van case-studies ook een pareltje van multidisciplinair werken en denken. En elk tekstgedeelte voegt zich in de verklaringskracht van de omvattende theorie dat het vroege Christendom en de figuur van Christus geheel herleidbaar zijn tot de gebeurtenissen in het leven van Caesar. Een theorie die daarmee telkens sterker wordt. Eickenberg in zijn boek:

‘Daarom kan zelfs een zo toegespitst onderzoek van een concrete gebeurtenis als de natuurramp tijdens de kruisiging de juistheid van de grote theorie direct van bewijs voorzien, namelijk dat het evangelie als geheel het product is van een diëgetische transpositie uit Caesarbronnen.’ (p.148) – vertaling

De onderzoeker zet ook ook lijnen uit naar latere perioden, zoals teksten uit de Middeleeuwen waarin de oorspronkelijke Caesariaanse geschiedenis terug te vinden is. In de appendices treffen we op zichzelf staande onderwerpen aan, zoals een verhandeling over het begrip chrestos, een korte excurs over verschrijvingen met betrekking tot het Servius-manuscript, de Tyrreense overstroming en het regenwonder der Fulminata.

 

 

Jan van Friesland 17/5/2017

Advertenties
%d bloggers liken dit: