Gepost door: dejister | 4 februari 2012

De derde dag…

Francesco Carotta tijdens een lezing bij Selexys, Broese en Keming te Utrecht.

Francesco Carotta en Arne Eickenberg hebben een nieuw artikel op Carotta’s website geplaatst. (ook hier) Het gaat over  de historische datum van het bijzettingsritueel van Julius Caesar. Tot op heden hebben bijna alle moderne historici aangenomen dat Caesar’s crematie heeft plaatsgehad ten vroegste op 20 maart 44 v.Chr. Echter, klassieke geschiedschrijvers zoals Appianus, Suetonius, Cassius Dio, Nicolaus van Damascus en Plutarchus zongen in koor over de 17e maart als de juiste historische datum. Hoe is het mogelijk dat de klassieke bronnen allen reppen van de 17e maart, terwijl de latere historici andere dateringen aanhouden? De aanname van een latere datum dan de 17e is gebaseerd op een foutieve chronologie van de gebeurtenissen na moord op Caesar, die oorspronkelijk werd gepubliceerd in 1922 door de historici Wilhelm Drumann en Paul Groebe. Drumann ontwikkelde zijn oorspronkelijke chronologie zonder kennis te hebben van de Bios Kaisaros van Nicolaus van Damascus. De Duitse Wikipedia over Caesar maakt gebruik van de meest voorkomende foutieve data: 20 maart. Carotta en Eickenberg stellen vast dat Caesar werd gecremeerd en opgewekt, als Romeinse godheid,  op vrijdag de 17e maart 44 v C, op de Liberalia. Dit gebeurde twee dagen na de idus (15e) van maart, op de derde dag dus. Na een volledige weerlegging van de binnen de wetenschap vigerende dateringen wordt in dit artikel een herdatering van Caesar zijn uitvaartceremonie gepresenteerd ten tijde van de Liberalia, het feest van Liber Pater, een Romeinse god die werd vereenzelvigd met Bacchus (Dionysus).

Hier het artikel in Print
Hier het artikel in het Duits

Francesco Carotta na een lezing bij Selexys, Broese en Keming te Utrecht.

Gepost door: dejister | 17 december 2011

Kerst met Maria

b3c19836f4e9d4db6635bd99e30200c4.jpg
 Maria met slang
Maria wordt soms afgebeeld met een slang die onder haar jurk zit en die ze wil vertrappen. De slang als symbool van de zonde. Waar komt deze beeldtraditie vandaan? Zo staat het niet in het evangelie en toch speelt het een rol in de christelijke traditie. Francesco Carotta verklaart het neergeschreven verhaal over  de geboorte van Christus uit de geboortegeschiedenis van keizer Augustus. De geboorte van Christus is een herschreven verhaal over de oorspronkelijke geboorte van Augustus, waar dezelfde elementen in voorkomen.  Elders op dit blog is daar al eerder over geschreven. Nu komt het: Maria zou Christus onbevlekt hebben ontvangen, je zou zeggen: zonder tussenkomst van moedertje natuur. (Theologen hebben daar later van gemaakt dat de onbevlekte ontvangenis Maria zelf betreft, dus dat zij zonder tussenkomst van wie dan ook buiten de buik van Anna is gezet. Onzinnige dogmatiek, die bijvoorbeeld al door Bernard de Clairvaux werd gekritiseerd.) Deze traditie van de slang – en zie hoe de puzzelstukjes over het ontstaan van het Christendom in elkaar vallen –  is oorspronklijk afkomstig uit het het verhaal over Atia, de moeder van Augustus.

Immers bij Suetonius vinden we het verhaal van het nachtelijk bezoek van God in de persoon van een slang die bij Atia een lichamelijk visitatie bracht en die een pijnlijke vlek bij haar deed ontstaan, Suet. Aug. 94.4:

In Asclepiadis Mendetis Theologumenon libris lego,
Atiam, cum ad sollemne Apollinis sacrum media nocte
uenisset, posita in templo lectica, dum ceterae matro-
nae dormirent, obdormisse; draconem repente irrepsisse
ad eam pauloque post egressum; illam expergefactam
quasi a concubitu mariti purificasse se; et statim in
corpore eius extitisse maculam uelut picti draconis nec
potuisse umquam exigi, adeo ut mox publicis balineis  perpetuo abstinuerit.
Soms wordt de slang ook als reptiel gezien, maar hij blijft onder de niet opwaaiende zomerjurk van Maria.

                De verheerlijking van Maria, Geertkens tot Sint Jans, 1480-1490

 
Unknown
                              Atia, de moeder van Gaius Julius Caesar Augustus.

‘Ein eigenes kirchliches Fest Mariä Empfängnis, das der Erwählung Marias im Mutterleib gedenkt, lässt sich nur seit dem 9. Jahrhundert nachweisen. Das Dogma der unbefleckten Empfängnis Mariae wurde vom Papst erst 1854 verkündet. Den Unterscheid, den man heute kirchenseitig macht zwischen unbefleckter Empfängnis Mariae – d.h. ihrer selbst im Mutterleib Annas – und Jungfrauengeburt, gilt nicht für die Antike und Spätantike, denn vor dem mittelalterlichen Streit über die Erbsünde ging man immer davon aus, dass Maria auf natürliche Weise von ihren Eltern Anna und Joachim gezeugt, empfangen und geboren wurde. Vor der modernen Verkündigung des scriptural nicht belegten Dogmas der unbefleckten Empfängnis auch Mariae selbst, bezog sich die Vorstellung der Unbeflecktheit auf die virginalen Empfängis Jesu durch Maria und nicht von Maria durch Anna, die trotzt aller Bemühung durch die katholische Kirche, für die Gläubigen, auch katholischen, bis heute kein Thema bleibt. Bei der Frage, “Was bedeutet unbefleckte Empfängnis ?” wird spontan zuerst geantwortet “Die heilige Mutter Gottes wurde ohne Geschlechtsverkehr gehabt zu haben, schwanger, da ihr der heilige Geist des Nächtens erschienen ist.” Cf. z.B.: http://www.gutefrage.net/frage/was-bedeutet-unbefleckte-empfaengnis , wo die Blog-Diskutanten trotz theologisch-korrekter terminologischer Belehrung, offensichtlich weiterhin dabei bleiben bzw. kein Interesse mehr daran haben. Das heißt, dass die heutige vox populi immer noch im Einklang ist mit der alten evangelischen Vorstellung, dass Maria unbefleckt empfang, und nicht selbst empfangen wurde, das vor dem Mittelalter niemanden beschäftigt hat. Fazit: Eine Forschung über die Entstehung der Evangelien und ihre möglichen römischen Vorläufer, d.h. fokussiert auf die Zeit um Christi Geburt, 1. Jh. vor bis 1. Jh. nach, muss nicht terminologischen Unterschiede beachten, die frühestens seit dem Mittelalter, eigentlich seit der Moderne, gemacht werden.’ (Correspondentie Francesco Carotta. December 6, 2011 3:09:03 PM GMT+01:00)

In Griekenland bestaat op enkele plaatsen een ritueel waarbij een levende slang in de kerk wordt gebracht om te kronkelen op en rond de beeldtenis van de maagd Maria. Hierbij geldt  in ieder geval dat hier de slang niet als symbool van de zonde wordt gezien.

Gepost door: dejister | 11 september 2011

De Hulpheiligen van Caesar


Gian Lorenzo Bernini, St. Laurentius
Via het proces van diëgetische transpositie is het verraad, het lijden en het sterven van Caesar als een echo in verhaalvorm naar alle hoeken van de wereld gekaatst. Eén gebeurtenis, vele verhalen. In de tijd herschreven, aangepast aan de sociale geografie. Het verhaal over Jezus is een voorbeeld van zo’n diëgetische transpositie, afkomstig uit Caesar. Zo ook het verhaal over de heilige Laurentius, die de dood zou hebben gevonden in het vuur. In zekere zin is het verhaal over Laurentius een vervangingsverhaal dat de overgang van de crematie naar de inhumatie in het Christendom begrijpelijk maakte. Francesco Carotta (Forum Divi Julii 2003):

‘Concerning the relation between the Divus Iulius-cult and the St. Laurentius-cult, it can be observed that St. Laurentius is today too called ‘Divus’ instead of ‘Sanctus’ in some churches dedicated to him (we saw one recently near Naples). More important is the fact that the feast day of St. Laurentius is on August 10th—the presumed date of Caesar’s victory in Pharsalos: Laurentius means simply laureate, i.e. wearing the laurel wreath, attribute of victory. Being burnt, Laurentius is a substitutional saint, who became necessary as Jesus was no longer considered having been cremated like Caesar was. He is a vicarious saint. Not by chance he is the first martyr of the Occident – his pendant in the Orient being Stephanus (name which means the same in Greek like Laurentius in Latin, and whose feast day is the day following Christmas, i.e. the supposed birthday of Jesus).

So if people confound St. Laurentius with Jesus, this is normal. And if the cross is represented with fire beneath it, well: it is original: as Caesar’s funeral bier was burnt, at its head there was a cruciform tropaeum with a wax-effigy of his martyrized body fixed on it. You can see a burning cross in the Easter fire on the Easter Vigil: it is the moment of resurrection, when people exclaim: ‘Christos anesti! Resurrexit!’.

So the necessity of having a St. Laurentius as a burnt alter ego of Jesus comes from the fact that in old liturgy without a burnt body there is no resurrection, while in the later gospels passed down to us Jesus is no longer cremated but inhumated.’

Gepost door: dejister | 2 september 2011

In een rijtuigie

Posted by jan van friesland, 2003-05-29 11:43:04

Geachte heer Carotta,

Hemelvaart 2003

In noot 157, die in de derde druk van uw boek zal worden opgenomen, verwijst u naar de deurpanelen van de Santa Sabina te Rome. U schrijft: “Wel benadrukten deze afbeeldingen lange tijd niet het lijdende, maar het zegeverende aspect van de gekruisigde…(…).”

De in uw boek op pagina 105 getoonde hemelvaart van Romulus (?) of van Divus Julius (?), afb. 84 en de triomferende Christus (Necropool onder de Sint-Pieter , Rome), afb. 85, vertonen heel veel overeenkomsten met een paneel in genoemde deur waarop ook een hemelvaart te zien is met een strijdwagen, paarden die deze zegekar naar de hemel trekken met daarop ook een zegevierende persoon. Opvallend is ook de overeenkomst tussen de persoon op de voorgrond op afb. 84 (Altaar van Augustus, achterzijde) en de persoon op genoemd deurpaneel: beide houden hun arm op naar de hemel.

Tot nu toe worden enkele panelen in de deur oudtestamentisch verklaard, doch ook met vraagtekens daarbij. Hoe verhoudt dit deurpaneel,in het licht van uw these, zich tot de vroegere Romeinse afbeeldingen?

Posted by Francesco Carotta, 2003-05-30 14:59:50

In Reply to: hemelvaart jan van friesland 2003-05-29 11:43:04

Geachte heer Van Friesland,

Zoals u zelf zegt, worden de panelen op de houten deur van de Santa Sabina te Rome (5e eeuw) verschillend geduid: zijn het oud-testamentische, nieuw-testamentische of Romeinse afbeeldingen? Zo wordt een paneel op de genoemde deur zowel als ‘Zacharias op de drempel van de tempel’ geduid als ook: ‘triomf van de christelijke keizer’. Zo ook een ander paneel: ‘Mozes voor de farao’, of: ‘Christus voor Kajafas’. En het paneel waar u op doelt op genoemde deur heet: ‘hemelvaart van Elia’ –

http://home.pi.be/~tthijs/page3-2-1.html

http://www.holycross.edu/departments/visarts/projects/kempe/pilgrimage/ross5.html

– men moet dan wel toevoegen: ‘of: de hemelvaart van Jezus’. Dit is in zoverre verantwoord, omdat de beroemde ‘Reidersche Tafel’ in het nationaal museum van Beieren te München, die nog ouder kan worden gedateerd maar wel hetzelfde motief laat zien, ook zo moet worden geïnterpreteerd:

http://www.artechock.de/kunst/magazin/be/byzrom1g.htm

http://www.bayerisches-nationalmuseum.de/Win/c/c01/c011.htm

“De ‘Reidersche Tafel’, die in Italië rondom 400 moet worden gedateerd en nog helemaal van antieke voorstellingen is voorzien, toont een van de oudste afbeeldingen van de opstanding en hemelvaart van Christus.”

Het feit dat verschillende interpretaties mogelijk zijn, of men nu het gezichtspunt kiest van de constantijnse, nieuw-testamentische of oud-testamentische, toont wel aan dat het referentiekader niet vaststaat. Zou men evenwel, met inachtneming van de niet te ontkennen invloed van de keizer-cultus op de christelijke religie, de Divus Julius-cultus als raamwerk voor duiding kiezen, in Rome zelfs erg voor de hand liggend, mede gegeven het feit dat deze cultus niet zou zijn verdrongen, dan ligt een andere conclusie meer voor de hand, te weten: de hemelvaart van Jezus is een christelijke verbastering van de hemelvaart van Divus Julius (die weer teruggaat via dit motief op Romulus).

———-

Wie Sie selbst sagen, werden die Tafelbilder an der Holztür von Santa Sabina in Rom (5. Jh.) unterschiedlich gedeutet: Sind es alttestamentlische, neutestamentliche oder römische Abbildungen? Von einem anderen Tafelbild auf derselben Tür heißt es zum Beispiel: ‘Zacharias auf der Tempelschwelle, oder: Triumph des christlichen Kaisers.’ Von einem anderen: ‘Moses vor dem Pharao, oder: Christus vor Kajaphas.’ Nun also, wenn es von dem von ihnen angeführten Tafelbild heißt: ‘Himmelfahrt des Elia’ –

http://home.pi.be/~tthijs/page3-2-1.html

http://www.holycross.edu/departments/visarts/projects/kempe/pilgrimage/ross5.html

– müßte man dann folgerichtig hinzufügen: ‘oder: Himmelfahrt Jesu’. Dies wäre insofern geboten, als die berühmte Reidersche Tafel im Bayerischen Nationalmuseum in München, die noch älter ist und schon dasselbe Motiv aufweist, genauso gedeutet wird:

http://www.artechock.de/kunst/magazin/be/byzrom1g.htm

http://www.bayerisches-nationalmuseum.de/Win/c/c01/c011.htm

“Die Reidersche Tafel, die in Italien um 400 entstand und noch ganz von antiken Formvorstellungen bestimmt ist, zeigt eine der ältesten Darstellungen der Auferstehung und Himmelfahrt Christi.”

Die Tatsache aber, daß verschiedene Deutungen möglich sind, je nachdem ob man einen konstantinischen, neutestamentlichen oder alttestamentlichen Referent wählt, zeigt wohl, daß dieser Referent nicht fest steht. Würde man, unter Berücksichtigung des unbestreitbaren Einflusses des Kaiserkults auf die Christliche Religion, den Divus Iulius Kult als Referent wählen, wie es sich in Rom eigentlich anbieten würde, wenn man ihn nicht beharrlich aus dem Gedächtnis wegradieren wollte, würde man zu einem anderen Ergebnis kommen, nämlich zu dem von Ihnen angedeuteten: Die Himmelfahrt Jesu ist eine christliche Abwandlung der Himmelfahrt des Divus Iulius (die ihrerseits vom Motiv her auf jene des Romulus zurückgriff).

Gepost door: dejister | 20 augustus 2011

De kleren van Caesar

10e kruiswegstatie – Jezus wordt van zijn klederen beroofd, Kathedraal van Santiago de Compostela, Spanje

Elders op dit blog is de hypothese opgeworpen dat de verbeelding van het verhaal over Christus een echo is van de ware geschiedenis van Julius Caesar. Francesco Carotta heeft al vastgesteld dat de Piëta, een gebeurtenis die niet (!) in het Evangelie is beschreven, wel een prominente plek heeft in de traditie van het Christendom. How come? Ergens moet dit verhaal vandaan komen als het niet in het Evangelie is neergeschreven. Carotta verklaart de Piëta uit de nasleep van de moord op Caesar, wanneer Calpurnia de gedode Caesar op haar schoot krijgt gelegd. Maar in de zogenaamde kruiswegstatie zijn er ook een aantal staties die niet in het evangelie zijn beschreven, maar toch klaarblijkelijk belangrijk zijn om in de beeldtraditie een rol te spelen. Een opvallende daarbij is de 10e kruiswegstatie waarin Jezus van zijn kleren wordt beroofd, of althans waar er heftig aan zijn kleren wordt getrokken. Tommie Hendriks beschrijft de moord en nasleep op Caesar. ‘Op dat moment grijpt Tillius met beide handen zijn toga vast, rukt die in een beweging uit alle macht omlaag en schreeuwt:

‘Vrienden nu!

‘Maar dit is geweld!’, roept hij uit.

Waarom zou deze statie zo belangrijk zijn met dat getrek aan die kleren? Voor de pietlut: op het houten tafereel in Santiago de Compostella is geheel rechts een Romeinse soldaat zichtbaar met een dolk in de aanslag. Dat moet toeval zijn. En de figuur met de rug naar de kijker heeft de houding van iemand die met kracht een dolk tussen de ribben steekt. Casca’s broer? Over toeval gesproken: we zien hier in dit tafereel ook de tendens van de Piëta zelf terug: Caesar wordt dood in de armen van Calpurnia gelegd.  Verder uitzoeken waard.

Lees: Tommie Hendriks, Rouw en Razernij om Caesar, Soesterberg 2008.

Gepost door: dejister | 20 augustus 2011

Haantje op de toren

Posted by jan van friesland, 2003-06-16 11:32:40

Geachte heer Carotta,

We kennen in Europa het haantje op elke torenpits. Kan het haantje worden opgevat als het symbool van ‘wakkerworden’, en in die zin een voorafschaduwing zijn van de torenklok die ons ook wekt? Of is er een andere betekenis te geven aan aan dit beestje op bijna elke top van een Christelijk godshuis?

Met vriendelijke groet,

Jan van Friesland

Posted by FC, 2003-06-16 12:02:28

In Reply to: Adelaar/Draak/Haan jan van friesland 2003-06-16 11:32:40

Geachte heer Van Friesland,

die Frage der Kirchenglocken hat schon früh ein Schweizer Leser, Dr. Thomas Grossenbacher, angesprochen – in einer E-Mail vom 29. September 2000, aufgenommen im Forum am 08 Februar 2001.

Was den Hahn angeht, kann man ihn natürlich als Symbol der Wachsamkeit nehmen, oder auch als Verkünder der Auferstehung, denn der Hahn kräht ja schon vor Sonnenaufgang, und verkündet dadurch die wiederaufgehene Sonne. Da der Hahn dreimal krähte, als Petrus Jesum leugnete, stellt er wohl auch eine Mahnung an die Menschen, ihn und seine Auferstehung nicht zu leugnen. So sind wir vermutlich angehalten, den Hahn auf den Kirchen- und sonstigen spitzen zu verstehen (ich sehe gerade einen aus dem Fenster auf dem Giebel des nächstbesten Gartenhäuschen).

Tatsache ist, daß Caesar in Gallia groß wurde, und daß auf Latein ‘Gallus’, sowohl ‘Gallier’ als auch ‘Hahn’ bedeutet. Caesar siedelte seine hauptsächlich gallischen Veteranen über das ganze römische Reich. Die Gallier wurden dadurch zum Reichsvolk, zum späteren christlichen Volk. Frankreich ist immer ein Zentrum der Christenheit gewesen – man denke an Bernard de Clairvaux oder an die ‘Franken’, die Kreuzritter – und gilt bis heute als die älteste Tochter der Kirche. Und ‘le coq gaulois’, der gallische Hahn, ist immer noch Symbol Frankreichs. Aus unserer Warte her, wissend daß der Eroberer Galliens als Divus Julius zu den Göttern erhoben wurde, können wir uns also fragen, ob da nicht ein Zusammenhang besteht zwischen diesem eindeutigen Symbol Galliens und dem Symbol der christlichen Auferstehung, der über die Einheit der Person Caesars und des Divus Julius/Jesus deutlich wird.

Met vriendelijke groet,

FC

Gepost door: dejister | 20 augustus 2011

Sint Joris in Den Bosch

Posted by jan van friesland, 2003-06-13 09:26:07

Geachte heer Carotta,

Maar er zijn nog meer symbolen uit het dierenrijk in de St Jan te Den Bosch aan te treffen.

Zo is op een pilaar (links-voor in de kerk) een grote voorstelling te zien van St. Joris en de draak. Hoe moet ik deze voorstelling duiden in het licht van uw Caesar=Jezus-hypothese en uitgaande van het gegeven dat de draak vaak het kwaad symboliseert?

In het zo geliefde oude Rome van u kom je de draak minder vaak tegen dan bijvoorbeeld in het oude China, in de Babelonische-Assyrische mythologie of bij de Perzen. Waarom werd (of wordt) deze vuurspuwer tijdens de kruisdagen-processies in bijvoorbeeld Frankrijk meegedragen? Het beest wordt zowel voor het kruis uit of (de derde dag) achter het kruis aan gedragen. Trouwens: tijdens de kruisiging van Jezus geen draak te bekennen!

Met vriendelijke groet,

Jan van Friesland

Geachte heer Van Friesland,

es gibt Drachen und Drachen. Anscheinend gehen sie alle auf die Urangst der Menschen vor den großen Echsen zurück, aber in einem Kulturkreis, in Südostasien, mag es der Waran sein, in unserem, d.h. im römischen (siehe Karte des römischen Reichs), war es das Krokodil. Und es symbolisierte bekanntlich Ägypten. In der römischen Münzprägung wird der Sieg des Agrippa, des Feldherrn des Octavians, über Kleopatra, Königin Ägyptens, dargestellt als Tötung des Krokodils. In der südfranzösischen Stadt Nîmes, wo Agrippa die Veteranen seiner Ägyptenkampagne ansiedelte, ist heute noch das Krokodil als Wappentier der Stadt zu sehen.

Agrippa, als Agricola verstanden, Akerbauer, ergibt ins Griechisch übersetzt Georgios. Und sieh da, der Heilige Georgios erscheint in der christlichen Ikonographie als der Drachentöter, so wie Agrippa in der kaiserlichen als Krokodilsbezwinger.

Im Vorfeld der Ägyptenkampagne wurde Kleopatra als das Böse selbst hochstylisiert und herabgestuft zugleich. War sie in den Augen Caesars die Verkörperung der Isis und als Mutter des Kaisarion mit der Venus Genetrix gleichgesetzt, in den Augen des Antonius die neue Aphrodite mit welcher er als neuer Dionysos die Heilige Hochzeit feierte, wurde sie in der Propaganda Octavians zur roten Hure, die den Römer verführt hatte, und als solche gehörte sie vernichtet. Er trieb es so weit, daß er sogar das Kind, das sie von Caesar hatte, Kaisarion, töten ließ, damit er als Alleinerbe übrig blieb, als Eingeborener Sohn Gottes.

Deswegen steht der Drachentöter St. Georg zurecht in den Johannis Kirchen, denn Agrippa gehörte zu Octavian Augustus. Nur eine rote Madonna wird man dort vergeblich suchen. Wenn sie auftaucht, steht sie als Mater Dolorosa unter dem Kreuz, aber als personifizierung der Calpurnia, und nicht der Kleopatra, und sichert Johannes’ Erbe – “Weib, das ist dein Sohn” – so wie die Calpurnia durch die testamentarische Adoption Octavians zu dessen Adoptivmutter geworden war.

Die sexualitätsfeindliche halbe Seele der Kirche geht auf Octavian/Johannes und seinen Drachentöter Agrippa/Georg zurück. Zuletzt soll es Bestrebungen gegeben haben, Georg aus der Liste der Heiligen zu streichen (cf. Erika Simon in ihrem Nachwort zu “War Jesus Caesar?”), angeblich weil er nicht im Evangelium vorkommt und auch sonst historisch nicht belegt sei (sic!, als ob er der einzige Fall wäre: nach dem Kriterium müßten sie auch Jesus abschaffen!). Vielleicht machten sich da Schuldgefühle den Frauen gegenüber spürbar. Aber wie man sieht, ist nichts daraus geworden: Sankt Georg, der Drachentöter, steht immer noch in der St. Jan Kathedrale zu Den Bosch – und auch sonst wo.

Met vriendelijke groet,

Francesco Carotta

Gepost door: dejister | 14 augustus 2011

De Kruisweg van de Here

Posted by MM, 2003-06-03 15:46:49

Geachte heer Carotta,

Als alles van Jezus terug te vinden is in Caesar, zoals u beweert, geldt dat dan ook voor de kruiswegstaties van Christus? Welke route heeft hij dan in Rome genomen?

MM

Posted by FC, 2003-06-09 15:51:19

In Reply to: kruiswegstatie MM 2003-06-03 15:46:49

Geachte heer (of: mevrouw) MM,

Welke weg?

De weg die Caesar bij zijn triomftochten aflegde, liep over de Via Sacra, door het Forum Romanum tot het Capitool. De weg die de drie bedienden namen, toen ze het lijk van Caesar naar huis droegen, ging van de provisorische curia in het theater van Pompeius ( in de nabijheid van het huidige Piazza Argentina) over de Clivus Argentarius bij de kerker van Mamertinus, voorbij de basiliek Aemilia en de oude Regia tot de domus publica, het huis van de pontifex maximus aan de oostelijke kant van het Forum , dus ook weer over de Via Sacra.  De route van het lijk van Caesar op de dag van zijn uitvaart was korter: van de Rostra, het spreekgestoelte aan de westzijde van het Forum, na een rondgang tot het Capitool over de trap van Gemoniae, tot ongeveer aan de oude Regia aan de westzijde van het Forum, waar het lijk werd verbrand, op de plek waar later de tempel van Divus Julius werd gebouwd, waarschijnlijk door het midden van het Forum, langs de Via Sacra. Al deze gebeurtenissen en plekken zijn naar de oude regels van de tragedie, die eenheid van tijd, plaats en handeling voorschrijven, tot een kruisweg met verschillende staties vervormd, waarbij de Via Sacra tot Via Dolorosa kon muteren.

De staties spreken voor zich zelf en zijn het resultaat van de parallel verlopende passieverhalen:

Het ‘proces’ van Jezus is het postume proces van Caesar, tijdens de nachtelijke senaatszitting in de tempel van Tellus (bij Esquilin, in de buurt van het huidige Piazzo San Pietro in Vincoli).

De geseling van Jezus gaat terug op de geseling van een vooraanstaand burger uit Novum Comum, die de tegenstanders van Caesar lieten geselen, om daarmee aan te tonen dat men de toekenning van burgerrechten aan hun stad door Caesar niet erkenden.  (Geseling van Romeinse burgers was verboden.)

Het opzetten van een doornenkroon is de weergave van bespotting en sluw gedrapeerde versieringen van de Caesar-beelden met diadeem, ten einde hem nog duidelijker het streven naar koningschap te kunnen verwijten.

Het tot driemaal vallen van Jezus voert terug op het bekende driemalige ter aarde vallen van Caesar. Afgezien van de vele keren waarbij Caesar onwel werd en neerviel, zijn beroemd geworden:

–toen hij bij aankomst in Afrika zijn schip verliet, struikelde hij en hief zijn armen tijdens het vallen, roepende, in tegenwoordigheid van geest: “Teneo te Africa!”. (Een gebaar wat de Paus vandaag de dag hem nog nadoet, als hij ergens landt.)

–toen tijdens een triompftocht de as van zijn wagen brak, sloeg hij over de kop en om dit ongunstige teken te niet te doen, ging hij op knieën verder, tot helemaal de trap op naar het Capitool. (wat pelgrims hem vandaag de dag nog nadoen, niet alleen in Lourdes of Fatima.)

–de derde maal toen hij dood neerviel.

Het dragen van het kruis van Simon van Cyrene gaat terug op het moment dat tijdens Caesar zijn uitvaart Antonius de ere- besluiten van Caesar en de eed der Senatoren om Caesar en zijn lichaam te beschermen, ‘per praeconem’ liet voorlezen, waarbij uit ‘Antonius’ wegens spiegelschrift later ‘Simon’ werd geïnterpreteerd, en ‘per praeconem’ tot ‘van Cyrene’ kon worden. (heraut=keryx in het grieks)

Het doek van Veronica staat voor het tonen van de met bloedbevlekte toga van Caesar, waarbij de naam Veronica teruggaat op het gegeven dat, toen Caesar na de dodelijke dolkstoot viel, hij zijn hoofd met de toga bedekte uit schaamtegevoel, ‘prae verecundia’- wat later tot ‘Veronica’ werd.

Het nagelen aan het kruis gaat terug op de aanwezigheid van het tropaeum aan het hoofd van Caesar zijn baar, het tweede kruis. Dit zijn de tot vandaag de dag nog vereerde ‘Arma Christi’.

De ‘kruisiging’ is, zoals we zagen, de tentoonstelling van het lijk van Caesar, die aan het volk als hoog opgerichte copie van was werd getoond.

De ‘graflegging’ is het opbaren van het lijk in een model van de tempel van Venus.

De opstanding is de lijkverbranding, die door het volk werd gezien als zijn postume overwinning op zijn moordenaars.

Etc. Wat mist er nog?

Het kraaien van de haan is de bijeenkomst in de tempel van Tellus, die als ‘gallus’, haan, moet worden begrepen, wetende dat de bijeenkomst daar nog in de nacht, voor het ochtendgloren plaats had: ‘secundis und tertiis galliciniis’, het tweede en derde kraaien van de haan betekenden in legertermen de nachtwake.

De stoot met de lans van Longinus is de dolkstoot van Cassius Longinus.

De kruisafname is het dragen van het lijk naar huis door de drie bedienden.

Het treffen met de moeder en vrouwen staat voor het moment, wanneer het lijk van Caesar, eenmaal thuis gebracht, door Calpurnia ( de adoptiemoeder van Octavianus, Caesars ‘nakomeling’) en de andere vrouwen wordt ontvangen.

Mist er nog iets?

FC

––

welchen Weg?

Der Weg, den Caesar bei seinen Triumphzügen ging, verlief über die Via Sacra, durch das Forum Romanum durch bis zum Kapitol. Der Weg, den die 3 Diener liefen, als sie Caesars Leiche nach Hause trugen, verlief von der provisorischen Curia im Theater des Pompeius (in der Nähe der heutigen Piazza Argentina) über den Clivus Argentarius am Kerker Mamertinus, der Basilica Aemilia und der alten Regia vorbei bis zur Domus Publica, dem Haus des Pontifex Maximus auf dem ösltichen Ende des Forums, also wiederum über die Via Sacra. Der Weg von Caesars Leiche am Tage seiner Beisetzung verlief kürzer: von den Rostra,der Rednerbühne am westlichen Ende des Forums, nach einem versuchten Abstecher zum Kapitol über die Treppe Gemoniae, bis fast zur alten Regia am wesltichen Ende des Forumns, wo die Leiche verbrannt wurde, an der Stelle, wo später der Tempel des Divus Julius gebaut wurde, wahrscheinmlich durch die Mitte des Forums durch an der Via Sacra entlang. All diese Geschehen und Stätten sind nach den alten Regeln der Tragödie, welche Einheit von Zeit, Ort und Handlung verlangt, in eine Via Crucis mit verschiedenen Stationen umgewandelt worden, wobei die Via Sacra zur Via Dolorosa mutierte.

Die Stationen sind selbstsprechend und resultieren aus den beiden parallel verlaufenden Passionsgeschichten:

– Der ‘Prozeß’ Jesus ist der postume Prozeß Caesars, die nächtliche Senatsversammlung im Tempel der Tellus (am Esquilin, in der Nähe der heutigen Piazza San Pietro in Vincoli).

– Die Geißelung Jesu gibt die Geißelung des Bürgers aus Novum Comum wieder, den die Gegner Caesars geißeln ließen, um damit zu dokumentieren, daß sie die Erteilung des Bürgerrechts an seine Stadt durch Caesar nicht anerkannten (Geißelung an Römischen Bürgern war verboten).

– Das Aufsetzen der Dornenkrone gibt die spöttische und hinterlistige Schmückung der Statuen Caesars mit einem Diadem wieder, um ihm das Streben nach der Königswürde besser vorwerfen zu können.

– Das dreimalige Fallen Jesu geht auf das bekannte dreimalige Fallen Caesars zurück. Abgesehen von den vielen Malen, wo er wegen seiner Krankheit hinfiel, waren berühmt: Als er bei der Landung in Afrika vom Schiff ging, stolperte er, öffnete beim Fallen geistesgegenwärtig die Armen und rief: ‘Teneo te Africa!’ (Geste, die der Papst noch heute ihm nachmacht, wenn er irgendwo landet). Als bei einem seiner Triumphe die Achse des Wagens brach, stürzte er kopfüber, und um dem ungünstigen Omen zu trotzen lief auf den Knien weiter, sogar die Treppe bis zum Kapitol hinauf (was ihm die Pilgern heute noch nachmachen, nicht nur in Lourdes oder Fatima). Das dritte Mal als er tot hinfiel.

– Das Tragen des Kreuzes durch Simon von Kyrene geht darauf zurück, daß bei Caesars Beisetzung Antonius die Beschlüße zur Ehre Caesars und zur Selbstverpflichtung der Senatoren zu dessen persönlichem Schutz ‘per praeconem’ vorlesen ließ, wobei aus ‘Antonius’ spiegelverkehrt ‘Simon’ wurde, und ‘per praeconem’ ‘von Kyrene’ (Herold = kêryx auf Griechisch).

– Das Tuch der Veronica ist das Zeigen von Caesars blutbefleckte Toga an das Volk, wobei der Name der Veronica darauf zurückgeht, daß, als Caesar nach dem tödlichen Dolchstoß fiel, er sich das Haupt mit der Toga zudeckte, aus Schamgefühlt, ‘prae verecundia’ – woraus ‘Veronika’ wurde.

– Das Nageln auf das Kreuz geht auf die Anwesenheit des Tropäums am Kopfe von Caesars Bahre zurück, das zweite Kreuz, die noch heute verehrten ‘Arma Christi’.

– Die ‘Kreuzigung’ ist wie wir sahen die Exposition von Caesars Leiche, die dem Volke als aufgerichtetes und hochgehobenes Wachssimulacrum gezeigt wurde,

– Die ‘Grablegung’ ist das Aufbahren der Leiche in einem Modell des Venus Tempels.

– Die Auferstehung ist die Verbrennung der Leiche, die vom Volke als seinen postumen Sieg gegen seine Mörder aufgefaßt wurde.

Etc. Was fehlt noch?

– Das Krähen des Hahns ist die Versammlung im Tempel der Tellus, die zum ‘gallus’, Hahn, um so leichter wurde, als die Versammlung dort noch in der Nacht vor dem Morgengrauen stattfand: ‘secundis und tertiis galliciniis’, das zweite und dritte Krähen des Hahns bezeichneten in der Legionärssprach Nachtwachen.

– Der Lanzenstoß des Longinus ist der Dolchstoß des Cassius Longinus.

– Die Kreuzabnahme ist das Tragen der Leiche nach Hause durch die 3 Diener.

– Die Begegnung mit der Mutter und den Frauen ist der Moment, wo Caesars Leiche, zu Hause angekommen, von Calpurnia (von der testamentarischen Adoptivmutter des jungen ‘Caesars’, Octavian) und den anderen Frauen in Empfang genommen wird.

Fehlt noch etwas?

FC

Gepost door: dejister | 14 augustus 2011

Een adelaar te Den Bosch

Posted by Jan van Friesland, 2003-06-03 12:28:56

Geachte heer Carotta,

Tijdens de NOVA-uitzending van vorig jaar, waarin u in de kathedraal St. Jan te Den Bosch het verband legde tussen Romeinse en Christelijke voorstellingen, was daar ook de goudkleurige adelaar die als lessenaar dienst deed.  Wat is precies de betekenis van deze adelaar in ‘onze’ kerk en is hij wel zo typisch Romeins? Ook in andere culturen, veel eerder nog dan de Romeinse, is sprake van de adelaar als religieus symbool; m.a.w. is hij wel zo direct uit het oude Rome komen aanvliegen of kan hij ook gewoon een omweg hebben gemaakt qua religieuze overlevering?

Met vriendelijke groet,

Jan van Friesland

Posted by FC, 2003-06-08 11:21:26

In Reply to: adelaar Jan van Friesland 2003-06-03 12:28:56

Geachte heer van Friesland,

In de Sint Jan te Den Bosch staat een adelaar als lessenaar, eenvoudigweg omdat het hier om een Johannes-kerk gaat: de adelaar is bekend als het symbool van de evangelist Johannes. Daarvoor was de adelaar evenwel het symbool van keizer Augustus, die dit teken bewust als tegenreactie tegen de leeuw van Marcus Antonius heeft gekozen. (cf. WJC, pag. 211 van de Nederlandse editie, pagina 223 van de Duitse editie). De adelaar was na de legerhervorming van Marius de standaard van een Romeins legioen: het verliezen van een adelaar stond gelijk met het verliezen van zo’n compleet legioen, en in bezit zijn van vele adelaars als standaard, betekende het bevel te kunnen voeren over veel legioenen en naar rato de macht te bezitten die daar vanuit ging. Dat Augustus de legioenen terug kreeg van de Parthen die door Crassus en Antonius waren verloren, tekent hem zichtbaar als wereld-heerser, ook in de oriënt, in het rijk van Alexander. Daarom koos Augustus de adelaar als symbool, omdat het uitdrukking gaf aan erkende macht en wereldheerschappij. Via de romeinen ging de adelaar westwaarts en door de Paus bevorderd, over op de keizer van het heilige roomse Duitse rijk. In het oosten, na de val van Constantinopel en bevorderd door de orthodoxe kerk, duikt hij op in het ‘derde Rome’: Moskou. De adelaar is ook symbool geweest van vele vazallen met aanspraken op land en titels. Dehalve is de adelaar op vele vlaggen te zien, waarbij de tweekoppige variant de heerschappij over het oosten (oriënt) en het avondland (occident) symboliseert. Intussen is hij ook op de Duitse euromunt geland. Natuurlijk zijn er adelaar-symbolen in en buiten Rome, vroeger en nu: alle roofdieren kunnen tot symbool van macht en heerschappij dienen en de adelaar in het bijzonder als de grootste roofvogel. Waar hij evenwel onbekend is en de valk de grootste roofvogel is, heeft deze de funktie, bijvoorbeeld in het oude Egypte in casu de valken van de horus.  Desalniettemin heeft in het oude Rome het adelaar-symbool een speciale plek verworven omdat deze én oorspronkelijk de standaard was van het legioen én het door Marius als teken van legerhervorming werd ingevoerd, daarmee ook voor Rome zelf een verandering inluidde, én omdat Caesar met dit legioen-symbool er in slaagde alleenheerschappij te verwerven en daarmee de adelaar ook als symbool voor de revolutie gold én door het feit dat Octavianus en alle keizers daarna in Caesars voetstappen traden, waamee de adelaar de betekenis kreeg van het Roomse rijk zelf.  Christelijk evenwel is de adelaar als symbool van de apostel Johannes, de ‘lievelings-evangelist’ van de kerk, Johannes immers die ‘sneller’ was als Petrus op de dag van de opstanding. Onze ontdekking toont aan, dat het hier in wezen over de twist inzake de (politieke) erfenis van Caesar tussen Octavianus en Antonius gaat, die door Octavianus uiteindelijk wordt beslecht.  Daarom staat de adelaar met recht, zowel christelijk als heidens, naar Romeins beginsel in de kerk, en in het bijzonder in de Johannes-kerk. En niet toevallig is ook de Sint Jan te Den Bosch een kathedraal. Naast de Maria-kerken zijn de Johannes-kerken de belangrijkste, want beide, Maria en Johannes, staan onder het kruis (aldus naar het evangelie van Johannes en niet naar Markus (= Marcus Antonius).

Hopende u hiermee, in dit korte bestek, van dienst te zijn geweest,

met vriendelijke groet,

Uw Francesco Carotta

———-

Geachte heer Van Friesland,

in St. Jan zu Den Bosch steht als Lesepult ein Adler, zuerst einfach weil es sich um eine Johanniskirche handelt: Der Adler ist bekanntlich das Symbol des evangelisten Johannes. Nun war es aber vorher das Symbol von Kaiser Augustus, der ihn bewußt in Opposition zum Löwen des Marcus Antonius gewählt hatte (cf. WJC, S. 211 der holländischen Ausgabe, S. 223 der deutschen). Nicht von ungefähr, denn der Adler war seit der Heeresreform des Marius das Feldzeichen der römischen Legion: Ein Adler zu verlieren war gleichbedeutend wie eine Legion zu verlieren, und viele Adler haben, viele Legionen und entsprechend viel Macht zu haben. Daß Augustus die von Crassus und Antonius verlorenen Legionen von den Parthern zurückbekommen hatte, galt als sichtbarer Ausdruch seiner Anerkennung als Weltherrscher auch im Orient, im Reich des Alexanders. Deswegen wählte Augustus den Adler als sein Symbol, weil es das Symbol der anerkannten Macht und der Weltherrschaft war. Von den Römern ging der Adler im Westen, von den Päpsten vermittlet, an die Kaiser des Heiligen Römischen Reichs Deutscher Nation über und im Osten nach dem Fall Konstantinopels, von der orthodoxe Kirche vermittelt, an das ‘Dritte Rom’: Moskau. Übernommen haben es auch viele Vassallen mit Reichsansprüchen. Somit kann man den Adler auf vielen Fahnen sehen, wobei der zweiköpfige die Herrschaft über Orient und Occident symbolisieren will. Inzwischen ist er auf die deutschen Euromünzen gelandet.  Sicherlich gab es und gibt es den Adler auch außerhalb Roms: Alle Raubtiere eignen sich ja als Herrschaftssymbole, und der Adler imprimis, als der größte Raubvogel: Wo der Adler unbekannt und der Falke der größte Raubvogel ist, dann hat dieser die Funktion: Man denke an den Falken des Horus in Ägypten. Nichtsdestotrotz hat in Rom der Adler eine spezifische Bedeutung genommen, weil es ursprünglich das Feldzeichen der Legion war, weil es von Marius in Zuge der Heeresreform eingeführt wurde und somit auch ein Stück Reform Roms bedeutete, weil Caesar mit den Legionsadlern zur Alleinherrschaft gelang und somit der Adler die Revolution versinnbildlichte, und weil auch darin Octavian und alle folgenden Kaiser in Caesars Stapfen traten, womit der Adler das Römische Reich selbst bedeutete.  Christlich ist der Adler das Symbol des Apostels Johannes, des Lieblingevangelisten der Kirche, jener der schneller rannte als Petrus am Tage der Auferstehung. Unsere Aufdeckung zeigt, daß es sich hier um die Erzählung der Auseinandersetzung zwischen Octavian und Antonius um die Nachfolge Caesars handelt, die der erste bekanntlich am Ende gewann. So steht der Adler mit Recht, christlich und vorchristlich (sogenannt heidnisch) nach römischem Recht in der Kirche, insbesondere in den Johanniskirchen. Und nicht zufällig ist auch St. Jan zu Den Bosch Kathedrale. Neben den Marienkirchen sind die Johanniskirchen die wichtigsten, denn beiden, Maria und Johannes, standen ja unter dem Kreuz (wenigstens nach dem Evangelium des Johannes, nicht des Markus (=Marcus Antonius)).

In der Hoffnung, bei aller hier gebotenen Kürze, damit gedient zu haben,

mit freundlichen Grüßen

Ihr Francesco Carotta

Gepost door: dejister | 9 augustus 2011

Caesar passim

In de beschrijving van de kruisigingen door vroege kerkvaders zijn passim elementen van het bijzettingsritueel van Caesar waar te nemen. Loopt u weer even mee?

Al eerder is op dit blog is beschreven dat Augustinus lijkt terug te grijpen op Caesar zijn bijzetting als hij spreekt van: ‘Daar is dus het beginpunt geweest van de verering van die naam: men geloofde in Jezus Christus, die gekruisigd was en was verrezen. Daar is dat geloof zijn loop begonnen, met een zo prachtig oplaaiend vuur, dat verscheidende duizenden mensen zich met een wonderbaarlijke voortvarendheid tot de naam van Christus bekeerden.’ (…) (De civitate Dei, pagina xviii,54).

Ignatius spreekt qua kruisiging in zijn brief aan de Efeziërs over een kraan:

‘(…), since you are stones of the Father’s temple, made ready for the building of God the Father, carried up to the heights bij the crane of Jesus Christ (which is the cross), using the Holy Spirit as a rope.'(Ef 9.1-2).

Met name het woord kraan valt op en wordt ook wel vertaald als ‘werktuig’ (o.a. De Apostolische Vaders, Dr. D. Franses O.F.M., Nijmegen, 1941). William R. Schoedel (Ignatius of Antioch, Philadelphia,1985) geeft verschillende verklaringen voor de keuze van het begrip ‘crane’. Zo wordt het begrip ‘crane’ in relatie gebracht met een gnosticistisch ‘kosmisch wiel’ (Schlier), met de herstelwerkzaamheden na een mogelijke aardbeving in Antiochië (Corwin) of met de mast van een schip. Schoedel merkt daarbij op: ‘It is likely that the wood of the crane was enough to associate it with the ‘wood’ of the cross (cf.Gal 3:13)’ (p.67) Werktuig en kruis kunnen dus mogelijkerwijs als ‘van hetzelfde hout’ worden aangezien. Verder zijn er in dit verband tal van andere betekenisoorsprongen te noemen, o.a. ‘de militaire standaard’, ‘een menselijk lichaam met uitgestrekte armen’. (p.66) De these van Carotta evenwel gaat uit van een tropaeum met daaraan de wasfiguur van de vermoorde Caesar, die deel uitmaakte van een ‘mêchanê’. Appianus noemt dit werktuig in zijn beschrijving van de rouwplechtigheid van Caesar. (BC 2147.[612-613]) Met name het gegegeven dat Ignatius zeer expliciet ‘crane’, ‘cross’ en ‘Jesus Christ’ ook als één geheel ziet – ‘Jezus Christus is werktuig en kruis tegelijk’ -zou wellicht een nieuw licht op deze passage kunnen werpen, als mogelijke ‘verwijzing’ naar Caesars’ rouwplechtigheid.

In de derde confessie van ‘Apphianus’ beschrijft Eusebius van Caesarea het volgende: 

‘And the martyr was hung up at a great height, in order that, by this dreadful spectacle, he might strike terror into all those who were looking on, while at the same time they tore his sides and ribs with combs, till he became one mass of swelling all over, and the appearance of his countenance was completely changed, [p. 17.] And for a long time his feet were burning in a sharp fire, so that the flesh of his feet, as it was consumed, dropped like melted wax, and the fire burnt into his very bones like dry reeds.’

Het komt mij voor dat zich hier elementen voordoen, die gelijkenis vertonen met de beschrijving van de crematie van Caesar:

1. ‘hung up at a great height’  2. ‘this dreadful spectacle’ 3. ‘he might strike terror into all those who were looking’ (and maybe rage too) 4. ‘they tore his sides and ribs’ (Cinna? Of de moord op Caesar?)  5. ‘burning in a sharp fire’ 6. ‘melted wax’ 7. ‘burnt into his very bones ‘ 8. ‘dry reeds’ (Suetonius’ virgulta arida, ‘verdorde takken’)

Voer voor de onderzoeker.

Gepost door: dejister | 8 augustus 2011

Polycarpus en Caesar

Enige opmerkingen over het martelaarschap van Polycarpus (70-156/157) in het licht van de theorie van Francesco Carotta. Volgens overleveringen was Polycarpus een leerling van de apostel Johannes en hij zou vele oog-en oorgetuigen van Jezus Christus hebben gekend. Hij zou ondermeer naar Rome zijn gekomen om met paus Anicetus de dag van de paasviering te regelen. Vertaler Kirsopp Lake (1912) vermeldt over de bijnaam ‘martelaar’: ‘Het is niet duidelijk of ‘martyria’ en ‘martyrion’ moeten worden vertaald als ‘martelaarschap’ of als ‘ooggetuige’. Kirsopp Lake: ‘there is an untranslatable play on the words.’ Met andere woorden: Polycarpus zou niet de bijnaam ‘martelaar’ kunnen hebben, maar ook kunnen heten: Polycarpus de ooggetuige. Genoemde vertaler stelt verder dat Polycarpus ‘desires to bring out the points of resemblance to the Passion of Christ.’ Kirsopp Lake stelt dat de overeenkomsten tussen het lijdensverhaal van Polycarpus en dat van Jezus Christus opmerkelijk zijn, maar: ‘but none are in themselves at all improbable.’

Maar nu zijn er ook verschillen tussen het lijdensverhaal van Christus en dat van Polycarpus. Enkele opvallende verschillen die mogelijk zouden kunnen verwijzen naar Caesars’ crematie:

1. Een centrale rol speelt het vuur. Het is de brandstapel waarop hij moet branden, hoewel een geliefd man paradoxaler-wijze: ‘For he had been treated with all respect because of his noble life, even before his martyrdom. (Hoofdstuk 13, 2).

2. Hij wordt , althans dat is de bedoeling, eerst genageld, (‘he was fastened by the instruments which had been prepared for the fire, but when they were going to nail him as well he said: “Leave me thus.(…)”etc, H.13,3), later wordt hij gebonden in het vuur geworpen.

3.Wanneer men ziet-het te verbranden lichaam verspreidt een heerlijke lucht, niet van verbrand vlees, maar eerder een odeur van gebakken brood, en wierook of verbrand hars (Lightfoot-vertaling: ‘frankincense’, ‘verspreidt een zoete geur’ Michael West, vert. ) – dat zijn lichaam niet verbrandt, wordt aan een executeur het commando gegeven om hem met een dolk te steken, waardoor bloed zichtbaar wordt.

4. Het bijeenzoeken van het verbrande gebeente van Polycarpus. ‘When therefore the centurion saw the contentiousness caused by the Jews, he put the body in the midst, as was their custom, and burnt it. Thus we, at last, took up his bones, more precious than precious stones, and finer than gold, and put them were it was meet.’ Wie een vergelijk met de crematie van Caesar zou willen maken, ziet hier opvallende overeenkomsten bij Dio Cassius zijn verslag: ‘De massa richtte op de plaats waar de brandstapel gestaan had een altaar op – de vrijgelatenen van Caesar hadden namelijk tevoren al zijn gebeente bijeengezocht en in het familiegraf bijgezet – en wilde daarop nu offeren en Caesar als een god gaven brengen. De consuls lieten echter het altaar omverwerpen en straften enkelen die hun misnoegen daarover uitten.’

Bij Polycarpus de Ooggetuige lijken elementen van Caesars’ crematie ook traceerbaar. Voer voor de onderzoeker.

Gepost door: dejister | 6 augustus 2011

De curieuze preek van Alexander Whyte

Alexander Whyte (1836 – 1921) was een Schotse dominee en theoloog. Hij was beroemd om zijn zogenaamde dramatische instinct, zeg maar een singuliere gave, en dat heeft hem in een preek gedreven tot een wel zeer bijzondere vergelijking, die in die tijd -zo wil het voorwoord bij zijn preken- zeker zou zijn geschrapt. Wellicht gaat zijn dramatische schema via Shakespeare, toch is de verweving van Caesar en Jezus zeer bijzonder te noemen. Las hij Froude?  Het voorwoord:

“The intellectual and spiritual effect was almost overwhelming the morning he preached on our Lord’s prayer in Gethsemane. Dwelling for a moment on the seamless robe, with “the blood of the garden, and of the pillar” upon it, he suddenly broke off into the passage from Julius Caesar:

You all do know this mantle: I remember The first time Caesar ever put it on.

It was a daring experiment—did ever any other preacher link these two passages together?—but in Dr. Whyte’s hands extraordinarily moving. The sermon closed with a great shout, “Now let it work!” and his hearers, as they came to the Communion Table that morning, must have been of one heart and mind in the prayer that in them the Cross of Christ should not be “made of none effect.”

Hier een deel van zijn curieuze preek:

“What a coat was that for which the soldiers cast their lots! It was without seam, but,—all the nitre and soap they could wash it with,—the blood of the garden and of the pillar was so marked upon it, that it would not come out of it. What became, I wonder, of that “dyed” garment? and all that “red apparel”?

If you have tears, prepare to shed them now. You all do know this mantle: I remember The first time Caesar ever put it on; ‘Twas on a summer evening, in his tent, That day he overcame the Nervii:—Look, in this place ran Cassius’ dagger through: See what a rent the envious Casca made: Through this the well-beloved Brutus stabbed; And, as he plucked his cursed steel away, Mark, how the blood of Caesar followed it, . . . Then burst his mighty heart: And, in his mantle muffling up his face,— Even at the base of Pompey’s statue, Which all the while ran blood—great Caesar fell. O, what a fall was there, my countrymen! . . . Now let it work.

And as Peter preached on the day of Pentecost, he lifted up the seamless robe he knew so well: and, spreading it out in all its rents and all its bloodspots, he charged his hearers, and said: “Him ye have taken, and by wicked hands have crucified and slain. . . . Therefore let all the house of Israel know assuredly that God hath made that same Jesus, whom ye have crucified, both Lord and Christ.”

“O piteous spectacle! O noble Caesar! O woeful day! O most bloody sight! Most noble Caesar, we’ll revenge His death! O royal Caesar! Here was a Caesar! When comes such another? Now let it work!”

And, one way it will surely work is this,—to teach us to pray, as He prayed. “And it came to pass, that, as he was praying in a certain place,”—most probably Gethsemane,—“when He ceased, one of His disciples said unto Him, Lord, teach us to pray!”

Gepost door: dejister | 31 juli 2011

Longinus, soldaat en heilige

In de Sint Pieter is er de heilige Longinus. Dit zou de Romeinse centurion moeten zijn die Jezus stak met een speer in de zijde. Vraag: Ziet u een militair?

Bij zijn linkervoet heeft de beeldhouwer een helm weggefrommeld die verwijst naar de militair. Longinus is hier gewoon een heilige die leunt op zijn speer als ware het een staf van een Sint.

Op de Philipijnen daarentegen, zie hierboven, is de heilige Longinus een militair. Geen twijfel mogelijk. Hoe zat het ook al weer? G. Cassius Longinus, senator en militair, stiet Caesar met zijn dolk in het gezicht. Misschien ook in Caesar zijn oog als je ‘gezicht’ ruimer wilt opvatten. Op deze vroeg middeleeuwse voorstelling zien we hoe Caesar wordt toegetakeld. We zien ook de pugio, de wat groot uitgevallen dolk. Het komt niet meer goed met Caesar.

De moord Caesar, Jacob van Maerlant,(1286) ‘Cassius stiet hem opt gelaat’.

Wie, in het verlichte spoor van Francesco Carotta, het voor plausibel houdt dat Romeinse geschiedenis is herschreven, herkent o.a in het oog van de Christus op de vroegste ivoren afbeelding van de kruisiging in het British Museum de visuele echo van de moord op Caesar. Het oog is zo toegetakeld dat het als door midden gesneden is weergegeven. Zie hier:

Fragment uit documentairemateriaal Het evangelie van Caesar- zoektocht naar de ware Christus. En bij de vroege afbeelding van Longinus op het ivoren tafereel in het British Museum houden sommigen het voor mogelijk dat de in Romeinse kledij (!) gestoken Longinus inderdaad een dolk in zijn hand houdt. Zie hiervoor Het Evangelie van Caesar.  Ogen, kunnen zien, gezicht, druppelend bloed in de ogen, blind, het zijn allemaal termen die meereizen met het latere verhaal over de heilige Longinus, wiens feestdag voor de Rooms katholieke kerk is vastgesteld op 15 maart. Op de Filippijnen wordt zijn persoon nog in ere gehouden met maskerades. Vaak zijn de ogen extra groot gemaakt:

longinus

Longinus met ook weer een verwijzing naar ‘het oog’: er is één oog dicht..

Marinduque20100401n055

En ai, ai, ai,  die 15e maart is inderdaad ook weer de datum waarop Caesar de punt van de dolk van Longinus in zijn gelaat kreeg gedreven.  De latere naam Longinus komt alleen voor in het Evangelie van Nikodemus, je vindt hem niet bij Markus en de andere canonieken. Caesar werd bloedig vermoord, dat is een feit. En volgens de latere overlevering qua Jezus, als gemuteerde Caesargeschiedenis, druppelde het bloed en water uit de zijde van de Christus langs de lans naar beneden in de ogen van de latere Longinus. Komt dicht in de buurt van de moord op Caesar. Want Cassius Longinus stak en kan wellicht de bloedspatten aan zijn pugio hebben gehad. Volgens hetzelfde mechaniek van de overlevering had Pilatus ook een hand in het geheel omdat hij Longinus opdracht had gegeven Christus te ‘piercen’. In de vroegste Ierse teksten is zelfs sprake van ‘to slay’, het vermoorden van de Christusfiguur. What’s new? En dan is er ook nog ene Octavianus die zowel bij de fysieke Cassius als de latere heilige Longinus opduikt. Als Longinus via het RK personeelsbeleid Sint wordt, gaat het een beetje helemaal mis. De ene legende projecteert hem in een bij tijd en wijle blinde centurion – militair gesproken is blindheid niet een echte asset – die waakt bij het kruis en de andere legende ziet hem als de soldaat die een speer steekt in de zijde van de gekruisigde Heer. Dan duiken er later ook nog allerlei speren op die aan hem zouden zijn toegeschreven. En zoals een levende legende betaamt, ligt hij ook her en der begraven.  Niemand zou, op het eerste gezicht, in deze heilige in de Sint Pieter de Caesar- moordenaar senator Gaius Cassius Longinus herkennen. Zo gaat dat met heiligenlevens, hun oorsprong en hun verbeelding. Geldt ook voor de vermoorde Christus aan het kruis zelf, voor Sinterklaas op zijn schimmel, of zelfs voor zwarte Piet.

2156075-saint_longinus

Gepost door: dejister | 22 juli 2011

SIMILITVDINES

Arne Eickenberg, de Berlijnse componist van mijn documentaire The Gospel of Caesar,  heeft zijn gehele score op het internet geplaatst. Deze vindt men hier. Persoonlijk vind ik ‘similitvdines’ (schrijf dat maar eens goed, over gelijkenis gesproken)  de allermooiste compositie. Ook zonder de documentaire te zien, is de muziek zeer, zeer aanbevelenswaard. De film zelf kan worden gedownload op diverse plaatsen op internet.

Gepost door: dejister | 13 mei 2011

Ik zie een ster

Pieter Brueghel de Jonge – De volkstelling te Bethlehem – in het Palais des Beaux Arts in Rijsel, naar een schilderij van zijn vader Pieter Brueghel de Oude

Astronoom Van der Kruit doet een aantal schattingen omtrent het geboorte- en stervensjaar van Jezus Christus op basis van de NT- teksten. Hij schrijft: ‘De beste schatting is dat Jezus geboren is in het voorjaar  van 5 v. Chr. en stierf op 3 april 33.  Jezus was omstreeks zijn 37 e  verjaardag toen Hij werd gekruisigd.’ Van der Kruit maakt zijn schattingen op basis van tekstfragmenten en het astronomisch terugrekenen van posities van sterren c.q. planeten. Hoewel hij aanneemt dat niet alle tekstgedeelten waarop hij zijn schattingen baseert een directe weergave van de werkelijkheid zijn, hij sluit immers niet uit dat bijvoorbeeld het verhaal van de ster van Bethlehem fictie zou kunnen zijn, maakt hij bij zijn schattingen niet duidelijk waar precies de grenzen van fictie en non-fictie lopen in de bronnen waar hij zijn momentopnames qua heelal mee verbindt. Daarbij komt dat het verhaal van de ster van Bethlehem immers alleen wordt beschreven in Mattheus, de andere evangeliën zwijgen. Een niet zelden aangedragen argument voor het waarheidsgehalte van de evangelie-teksten is de veronderstelling dat bepaalde passages aan waarheidswaarde toenemen als ze in alle vier evangeliën voorkomen. Van der Kruit evenwel twijfelt niet en neemt het soloparagraafje in Matteüs voor ‘granted’ en komt zo tot zijn schattingen als het gaat om ‘kandidaten’ voor de ster van Bethlehem. Evenmin betrekt de hooggeleerde het ontbreken van enig bewijs voor de historiciteit van Jesus Christus in zijn beschouwing. Immers, een zeer gerede en breed gedragen wetenschappelijke twijfel op basis van tekstanalyse en archeologische data omtrent de ware hartenklop van Jezus Christus, bepaalt geruime tijd de wetenschappelijke discours. Het valt het heelal allemaal niet te verwijten, de planeten doen hun natuurlijke best. De Duitse onderzoeker Arne Eickenberg (Google scholar citations) komt binnenkort met een uitgebreide studie op basis van de theorie van Francesco Carotta dat de Jezus-teksten oorspronkelijk uit de Caesarbronnen stammen. Eickenberg legt daarmee een relatie tussen de beschrijving van natuurverschijnselen ten tijde van Caesars uitvaartplechtigheid en de teksten uit het Nieuwe Testament over de dood van Jezus. Het proces van diëgetische transpositie heeft de beschreven gebeurtenissen ten tijde van Caesar verplaatst in tijd en geografie naar de Caesareae e.o. 

Gepost door: dejister | 12 mei 2011

Giotto’s kerst

In het  jaar 1301 moet, bij terugrekening, de Italiaanse schilder Giotto de komeet van Halley aan de hemel hebben kunnen waarnemen. Het ligt dus voor de hand dat deze komeet ook de inspiratiebron is geweest voor Giotto’s aanbidding van de wijzen uit het Oosten van het kindeke Jezus. Giotto schilderde dit werk drie jaar na Halley’s passage aan moeder aarde. 

                                         Giotto, The adoration of the Magi (1304-1306)

We zien Giotto de ster van Bethlehem schilderen als een enorme vette vuurbal met een lichtspoor. Zou met deze afbeelding een traditie zijn begonnen waarbij de ster van Bethlehem soms als een komeet zou zijn afgebeeld met een staart c.q lichtspoor?

Kindeke Jezus in sterrenlicht te Bethlehem

Mocht het beeld van de vette vuurbal met staart van Giotto de grondslag hebben gelegd voor de beeldtraditie van de ster van van Bethlehem – het gaat immers om een van de eerste c.q nog bestaande afbeeldingen – dan vallen een aantal zaken op die deze verklaring niet sterker maken. Zo wordt vooral de ‘puntigheid’ benadrukt in met name vroege afbeeldingen. Naast de achtpuntigheid van de ster bestaat ook een andere traditie die al vroeg aanwezig is: de vijfpuntigheid. Zoals hier op deze sarcofaag te zien.

800px-Adoration_magi_Pio_Christiano_Inv31459.jpg

sarcofaag, Rome (4e eeuw)

 

Ster van Bethlehem als huisversiering

Toneelvoorstelling met  achtpuntige afbeelding ster van Bethlehem

In het werk Driekoningen van Giotto, wat ca. 1320 is geschilderd, zien we ook (!) een achtpuntige ster met een lichtspoor. Opvallend is dat Giotto, zo’n twintig jaar later dus,  klaarblijkelijk  kiest voor een geheel andere beeltenis van de ster van Bethlehem. We zien weer een zelfde enscenering met het houten bouwwerkje, de rots en de figuren rond het kind. Maar nu is de ster anders. De ster heeft nog wel een lichtspoor als van een komeet, maar telt nu acht puntige uiteinden, waarvan een van de punten (rechts) tevens het lichtspoor in zich draagt:

Giotto, Driekoningen (1320)

Detail ster van Bethlehem met lichtspoor

De vraag is waarom Giotto, ondanks het feit dat hij een enorme visuele ervaring met de komeet van Halley kan hebben gehad, toch later weer kiest voor een andere weergave. Zou er in de oorspronkelijke beeldtraditie sprake zijn van een andere beeltenis waar Giotto op terug heeft gegrepen?  De nieuw-testamenticus Albert Barnes verklaart de ster van Bethlehem met het bestaan van eerdere ‘sterren’ en hun verering: 

His star. Among the ancients, the appearance of a star or comet was regarded as an omen of some remarkable event. Many such appearances are recorded by the Roman historians at the birth or death of distinguished men. Thus, they say, that at the death of Julius Caesar a comet appeared in the heavens, and shone seven days. These wise men also considered this as an evidence that the long-expected Prince was born’ . (A. Barns, The Gospels, New York, 1835)

 

Voor Keizer Augustus was dit geboortesymbool van zijn adoptievader, de Sidus Iulium, heel belangrijk omdat hij er zijn goddelijke status mee kon bevestigen:

Sidus Iulium

Zou de achtpuntige ster van Giotto teruggaan op een reeds bestaande beeldtraditie, afkomstig van die Sidus Iulium? Ook hier zien we immers dat het lichtspoor voortkomt uit een van de punten van de ster? Op dit fresco onder  zien we de ster en het lichtspoor terug. Opvallend is dat de ster hier trekken heeft van de puntigheid (en middelpunt!) van de Sidus Iulium:

Fresco Santa Maria Maggiore, Rome (1296)

Ook in de Orthodoxe  traditie treffen we bij de ster van Bethlehem sporen aan van de ‘acht-puntigheid’  van een ster en een staart:

Russisch icoon

Voer voor de vrolijke onderzoeker. En wie echt een kerstkaart wil versturen kan niet om deze postzegel heen:

images.jpeg

De gezalfde als tronende macht. Jezus als Jupiter, de 12 apostelen als Romeinse senatoren. Mozaiek van omstreeks 400 in de S. Prudenziana te Roma

In zijn afscheidsrede stelt de Leidse hoogleraar theologie H. F. de Jonge, sprekend over het avondmaal, dat de historische continuïteit tussen de Grieks-Romeinse verenigingssamenkomst en de wekelijkse samenkomst van de christenen in de eerste en tweede eeuw nog nader onderzoek verdient. Hij is dan ook benieuwd naar de bevindingen van een promovendus. Wie de oorsprong van het Christendom wil verklaren als een historische continuïteit tussen de Grieks – Romeinse wereld en die van het latere Christendom moet tot de erkenning komen dat er zeer veel van de ene tijd is doorgesijpeld naar de andere. Zo vinden we bij Caesar voor zijn verraad en dood een avondmaal met een zelfde gespreksthema als in de latere bronnen over Christus. Dat moet te denken geven. Hoe zit dat? Hoe kunnen die twee teksten hetzelfde berichten? Is daar ook sprake van een historische continuïteit, zoals De Jonge zelf in algemeenheid suggereert? Voer voor de promovendus. Als er zoveel overeenkomsten zijn, wordt het dan niet tijd voor een andere verklaring? Logisch zou zijn dat geschiedenis in een traditie van overlevering wordt voortgezet, vaak als diegetische transpositie. Spoel dan eens terug? Waar vinden die teksten over Christus hun ware oorsprong?

Christus op de troon San Vitale Apse te Ravenna.

In het kader van deze ‘historische conceptie van continuïteit’ schrijft Tommie Hendriks (email-correspondentie):

“Caesar werd in 63 BCE Pontifex Maximus. Het aannemen van dit hoogste religieuze ambt van de Romeinse Republiek is ongetwijfeld opgeluisterd geweest met een inwijdingsrite. Daarbij zou een zalving van de nieuwbakken hogepriester niet hebben misstaan. Dit zou kunnen verklaren waarom Divus Iulius de betiteling Christus heeft gekregen. Maar er is meer en plausibeler materiaal voorhanden. Christus (Χριστος) komt van chriô (χριω). Dat Griekse χριω betekent: – over iets heen wrijven, inwrijven, zalven. Het Grieks-Nederlandse woordenboek van Wolters-Noordhoff voegt hieraan toe: als hygiënische maatregel, ook bij doden toegepast (zie Homerus, Tragici, Nieuw Testament). Van Lucanus weten we dat de crematie van Caesar gepaard ging met Oosterse geuren en dat Caesars lichaam daarmee gebalsemd was: PINGUIS AD ASTRA UT FERAT E MEMBRIS EOOS FUMUS ODORES / Weelderige rook die uit zijn leden Oosterse geuren naar de sterren draagt (Lucanus,Pharsalia, 8.730-731; zie ook Hendriks, Rouw en Razernij om Caesar, 53 en 168). Deze balseming van het lijk was bij de Romeinen voor deze tijd bijzonder: de vergrieksing van de Romeinse bovenlaag was nog in haar beginstadium. We vinden haar in het Nieuwe Testament dan ook terug bij wel drie van de vier evangelisten: Mk 16:1 (aromata – welriekende kruiden / ut (.) ungerent eum – opdat zij hem bestreken), Lk 24:1 (quae paraverant aromata – welriekende kruiden die zij bereid hadden), Joh 19:39-40 (murrae et aloes – mirre en aloë / ligaverunt eum linteis cum aromatibus – zij wikkelden het met de welriekende kruiden in linnen doeken). [Bij Mattheus (27:59) wordt Jezus’ lichaam gewikkeld in zuiver linnen]”.

Hora est!

Gepost door: dejister | 27 maart 2011

En de aarde beefde

‘ Now from the sixth hour there was darkness over all the land unto the ninth hour. (…) And, behold, the veil of the temple was rent in twain from the top to the bottom; and the earth did quake, and the rocks rent; And the graves were opened; and many bodies of the saints which slept arose, And came out of the graves after his resurrection, and went into the holy city, and appeared unto many. Now when the centurion, and they that were with him, watching Jesus, saw the earthquake, and those things that were done, they feared greatly, saying, Truly this was the Son of God.’

Matthew 27:4527:51-54

Simon Vouet – “Korsfästelsen” (1622). Chiesa del Gesù

Onderzoeker Arne Eickenberg heeft een interessant artikel geschreven over de aardbeving en de duisternis bij de kruisiging van Jezus. Met name de beschreven passages in Mattheus vertonen overeenkomst met bronnen die de bijzetting van Caesar beschrijven. Is de aardbeving en de duisternis bij Jezus oorspronkelijk die van Caesar? Quod erat demonstrandum!

Unknown-4

                                                  Arne J Eickenberg (Foto: Zitty Berlin)

Eickenberg schrijft:

‘Our modern times have seen enormous scientific progress, but the darkness of the sun at the sixth hour during the Crucifixion of Jesus has probably puzzled everyone, who tried to wrap his head around it from a perspective of natural sciences, because it cannot be explained by celestial phenomena like solar or lunar eclipses. Furthermore, it is obviously accompanied by a natural catastrophe, so alternative theories like a sandstorm or a thunderstorm were also alleged, which however cannot explain the earthquake. So in general, many scholars have come to believe that the synoptic accounts of the darkness and the immense cataclysm in the Gospel of Matthew are simply mythical passages, fictional exaggerations, inventions by the Evangelists with only a symbolic meaning.’

Naschrift:

Inmiddels legt Arne Eickenberg de laatste hand aan een verder onderzoek over deze materie: DIE SECHSTE STUNDE – Synopsen zum historischen Ursprung der Wunder und Naturkatastrophen in der Passion Christi, Ludwig, Kiel 2015.

Gepost door: dejister | 20 maart 2011

Caesar in Valkenburg?

Valkenburg heb ik altijd in verband gebracht met draaiende gebraden haantjes. Dat onder de grond van deze Limburgse parel zich een schitterende replica van een deel van de catacomben uit Rome bevindt, was mij onbekend. Tommie Hendriks, schrijver van Rouw en Razernij om Caesar, bracht er een bezoek en daalde af onder het vlaaioppervlak. Hij heeft foto’s gemaakt en stelt er de volgende vragen bij:

“Iedereen is in Romeinse toga. Christus zelf houdt zijn toga op een wat merkwaardige manier vast. Reminiscentie aan zijn einde?  En wie is de zittende figuur op de sella curulis? Octavianius? En wat beduidt het ronde geval voor zijn voeten? De ronde zuil van Numidisch marmer waar Suetonius over spreekt en die na Caesars apotheose op de plaats van zijn crematie werd opgericht? Zie: Suetonius, Divus Iulius, 85: Postea solidam columnam prope viginti pedum lapidis Numidici in Foro statuit inscripsitque PARENTI PATRIAE .” (Afterwards they set up in the Forum a solid column of Numidian marble almost twenty feet high, and inscribed upon it, “To the Father of his Country.”)

Gepost door: dejister | 30 januari 2011

JC=jc

opwater

(Illustratie: Paul Kusters)

Elders op dit blog heb ik de werkhypothese opgeworpen dat de traditie van de verbeelding van Christus wel eens terug zou kunnen gaan op Caesar. Francesco Carotta draagt hiervoor al veel elementen aan, bijvoorbeeld de Piëta die teruggaat op de Caesargeschiedenis. Tot nu toe verklaarde men de traditie van de verbeelding van Christus, waarin hij vaak wordt afgebeeld als militair, heerser,  zittend op een troon, vanuit het vermoeden dat kunstenaars en scribenten de figuur van Christus in een context plaatsten die ze zich voorstelden. Zo wordt Christus bijvoorbeeld in de Heliand beschreven als een adellijke heer die met zijn vazallen van burcht naar burcht trekt. Landschap en klimaat zijn West-Europees, geen woestijn te bekennen. De mogelijke echo van een heroïeke Caesar zou ook een ander licht kunnen werpen op The Dream of de Rood, waar Christus wordt voorgesteld als een soort veldheer.  En op het altaarstuk van Jan en Hubert van Eyck zit een persoon op een troon die meer heeft van een keizer (wat vragen oproept bij kunstkenners) dan van de ‘sandalen Jezus’. Maar je zou het ook anders kunnen duiden: dat het levensverhaal van Caesar gewoon al vanaf het begin in de beeldtraditie aanwezig is.

800px-SarcophagusHeraultFrance6thCentury.jpg

Jezus op sarcofaag,  6e eeuw, Louvre Museum

Zo zouden alle (latere) beelden van de Christus nog sporen van die oorspronkelijke Christus (Caesar) in zich dragen. Loopt u even mee?

De geboorte van Gaius Julius Caesar (Augustus) (Sidus Iulium) (1)

Caesar zijn geluk vaart mee met zijn bemanning (2)

StApollinareNuovo_LastSupper

        Het laatste avondmaal voor Caesar zijn dood (3)

De kus als afgesproken teken voor Caesar zijn verraad (4)

De moord op Caesar (5)

De dode en in de zij gestoken Caesar op schoot van zijn jonge vrouw (6)

Caesar zijn droom (7)

Caesar zijn dode lichaam opgebaard (8)

Caesar als wasfiguur aan een tropaeum (9)

405px-Christus_Sol_Invictus

Caesar’s hemelvaart (10)

________________________________________________________________________

(1) Fresco Santa Maria Maggiore, Rome (1296)

(2) Jezus loopt over het water, Amedee Varin (c. 1860)

(3) Het laatste avondmaal, mozaïek, Basilica van Sant’Apollinare Nuovo, Ravenna. 

(4) De kus van Judas Basilica S. Apollinare Nuovo, Ravenna (5e eeuw)

(5) De verwonding van Christus, gezeten op een troon. (Anoniem 1756)

(6) Piëta, Duitsland anoniem (1400)

(7) Hemelvaart van Christus ( „Reidersche Tafel“); Ivoor; Milan or Rome, (c. 400 A.D)

(8) Dode Christus, Gregorio Fernández (1625-30)

(9) Kruisiging, Benvenuto Cellini (1556-62)

(10) Christus Sol Invictus, Sint Pieter Rome (3e/4e eeuw)

« Newer Posts - Older Posts »

Categorieën