Gepost door: dejister | 4 januari 2015

FULVIUS DE BOER CONTRA ANTON VAN HOOFF

images-3

images-12

  Anton van Hooff

                                             Was Jezus eigenlijk Caesar?                                

 Een les in de pseudowetenschap ABG 67 (2008)

HET EVANGELIE VAN CAESAR. ZOEKTOCHT NAAR DE WARE CHRISTUS Jan van Friesland

WAR JESUS CAESAR? EINE SUCHE NACH DEM RÖMISCHEN URSPRUNG DES CHRISTENTUMS Francesco Carotta

– Vakmatige beoordeling archeologie: Prof.dr. Erika Simon

– Vakmatige beoordeling linguïstiek: Dr. Fotis Kavoukopoulos

– Vakmatige beoordeling theologie: Gert Lüderitz, epigrafisch specialist

**********************************************************************

Het idee van de Italiaanse oud-seminarist Francesco Carotta dat Jezus eigenlijk Caesar was, werd onlangs opnieuw tot leven gewekt door een documentaire die Jan van Friesland voor de VARA maakte. Alleen in Nederland hebben opiniemakers en academici zich laten overtuigen door het Evangelie van Carotta. Als docent klassieke geschiedenis moet je vaak antwoord geven op onmogelijke vragen. Of het bijvoorbeeld waar is wat Dan Brown in The Da Vinci Code schrijft. En wat je van de theorieën van Immanuel Velikovsky of Erich von Däniken vindt. Met Brown ben je gauw klaar; hij heeft nadrukkelijk verklaard dat de plot van zijn roman niet meer dan een schrijversfantasie is. Maar met echte wetenschappelijke kwakzalvers is het moeilijker afrekenen. Hoe moet je bijvoorbeeld bewijzen dat de psychoanalyticus Velikovsky in Worlds in Collision (1950) een hersenspinsel schiep met zijn theorie dat de aarde in de oertijd catastrofale contacten met andere planeten had? De controversiële auteur Von Däniken meent allerlei raadselen te kunnen verklaren door aan te nemen dat de evolutie en de menselijke cultuur regelmatig een zetje hebben gekregen van buitenaardse bezoekers. Waren de goden kosmonauten? (1968) is het bekendste van zijn 26 boeken, samen goed voor ruim zestig miljoen verkochte exemplaren: geloven betaalt beter dan weten. Zoals alle pseudowetenschappers is Von Däniken volstrekt niet gekwalificeerd in de gebieden waarop hij zich wetenschappelijk gezag toe-eigent. In zijn schooltijd heeft hij filosofische, theologische en archeologische boeken verslonden, maar kwam daarna als goede Zwitser in het hotelvak terecht. Het ontbreken van een vakinhoudelijke bevoegdheid zien de pseudowetenschappers en hun aanhangers volstrekt niet als een nadeel. Zij zouden juist de onbevangen blik van de buitenstaander hebben. Helaas, zo menen zij, blijft de ‘gevestigde’ wetenschap blind voor de waarheid die zij in pacht hebben: heeft Heinrich Schliemann niet de officiële wetenschap beschaamd door zijn spectaculaire opgraving van Troje?

‘PSEUDOWETENSCHAPPERS ZIJN BIJ AL HUN MINACHTING VOOR DE VERSTOKTE, OFFICIËLE GELEERDEN TUK OP WETENSCHAPPELIJKE STEUN.’

De algemene kenmerken van het ‘Schliemann-syndroom’, verongelijktheid en gebrek aan gediplomeerde kennis, vinden we ook bij Francesco Carotta, een Italiaanse oud-seminarist die hier en daar wat filosofie en taalkunde heeft gestudeerd. Sinds 1999 verkondigt hij de opvatting dat Jezus eigenlijk Caesar (100-44 v.Chr.) was. Normaal zou ik over zulke evidente apekool mijn schouders hebben opgehaald, maar toen deze theorie in 2002 Nederland bereikte, heb ik geprobeerd vrijzinnige geestverwanten als Paul Cliteur en Thomas von der Dunk voor een dwaling te behoeden. Het was vergeefse moeite. Kijk maar eens op Carotta’s website (www.carotta.de): daar hebben deze Nederlandse academici zichzelf in het schandblok gezet. Merkwaardig genoeg heeft Carotta alleen in Nederland bijval gekregen in universitaire kring. Dit bracht me ertoe me te verdiepen in Carotta’s hypothesen en bewijzen. Deze analyse stelde me vervolgens in staat de mechanismen van alle pseudowetenschap te benoemen. Ik behoor dus niet tot die hooghartige wetenschappers die niets willen weten van een ontdekking die volgens Cliteur belangrijker is dan die van Darwin en Galilei (Metro, 29 oktober 2007). De opzienbarende lofprijzing van deze zelfbenoemde apostel van de verlichting werd gebruikt in de publiciteitscampagne die documentairemaker Jan van Friesland behendig op touw had gezet. Op 2 november 2007 werd namelijk een voorvertoning gegeven van zijn op Carotta gebaseerde film Het evangelie van Caesar. Zoektocht naar de ware Christus. De VARA heeft deze productie, waaraan Van Friesland jaren heeft gewerkt, aangekocht. Deze actualisering van Carotta vormde de directe aanleiding voor dit artikel. Toen ik eraan begon, stond een nieuwe uitgave van War Jesus Caesar? op uitkomen. Die had ik dan ook graag verwerkt, maar om onnaspeurbare redenen is de publicatie verschoven naar februari 2008. Uitgever Ludwig in Kiel kon me niet vertellen in welk opzicht de nieuwe War Jesus Caesar? Eine Suche nach dem römischen Ursprung des Christentums behalve wat de ondertitel betreft verschilt van War Jesus Caesar? 2000 Jahre Anbetung einer Kopie uit 1999. We mogen echter met een gerust hart aannemen dat er fundamenteel niets is veranderd in Carotta’s opvattingen en redeneringen. Ik ga hier daarom maar uit van de in 2002 verschenen Nederlandse vertaling Was Jezus Caesar? Over de Romeinse oorsprong van het christendom. Een onderzoek en de Engelse versie die Uitgeverij Aspekt in 2005 uitbracht onder de stellige titel Jesus was Caesar. On the Julian Origin of Christianity.

‘DE THEORIE DAT JEZUS EIGENLIJK CAESAR WAS, IS EVIDENTE APEKOOL.’

Een oppervlakkige verkenning maakt al achterdochtig. De lovende recensie uit een Duitse krant op de achterflap is niet van de Frankfurter Allgemeine Zeitung of Die Zeit, maar komt uit de Berliner Tageszeitung. Verder zijn er wat beleefde woorden van de gerenommeerde archeologe Erika Simon. In het colofon wordt deze bejaarde archeologe opeens gebombardeerd tot de vakmatige beoordelaar archeologie van het hele boek. Op mijn vraag aan haar of zij inderdaad Carotta’s bewering geloofde dat Neptunus’ drietand door uitbuiging van de buitenste tanden tot de staf van Johannes de Doper werd – een lange staak met een dwarsstangetje – deed zij er wijselijk het zwijgen toe. Voor de vakmatige beoordeling van de linguïstiek tekende niet een erkende graecus, uit Italië of Duitsland, waar Carotta thuis is, maar ene dr. Fotis A Kavoukopoulos van Kreta. De theologie werd gefiatteerd door een zekere Gert Lüderitz, ‘epigrafisch specialist’; alweer iemand die zich dus niet bij zijn leest, inscripties, houdt. Hij heeft overigens zijn vakgebied al lang verlaten en werkt als verpleegkundige in de kinderpsychiatrie in Tübingen. Pseudowetenschappers zijn bij al hun minachting voor de verstokte, officiële geleerden tuk op zulke wetenschappelijke steun. Bij nadere beschouwing blijken hun supporters echter niet over de vereiste competenties te beschikken. Deze vaststelling geldt ook voor de Nederlandse carottisten: Paul Cliteur en Andreas Kinneging zijn eerzame rechtsfilosofen, Thomas von der Dunk noemt zich cultuurhistoricus en A.P.J. (Tommie) Hendriks, die het evangelie van Carotta naar Nederland bracht, is ‘functiepsycholoog’. Als je ze aanspreekt op de vakmatige dwaasheden die Carotta verkondigt, verschuilen ze zich opeens achter hun beperkingen. Maar een echte wetenschapper beseft de grenzen van zijn weten. Zodra hij op een ander vakgebied dreigt te komen, raadpleegt hij spoorslags een deskundige collega. De Leidse rechtsfilosofen hadden hun conclusie pas mogen trekken nadat ze bij een graecus of een historicus van de antieke godsdienst en het vroege christendom te rade waren gegaan.

‘LEERDEN WE AL NIET OP DE LAGERE SCHOOL DAT DUIZEND KEER NUL OOK NUL IS?’

Bekijken we verder het omslag van Carotta’s Was Jezus Caesar? Links is een Caesarkop afgebeeld. Het heeft vouwen en groeven, een staaltje van het heerlijke Romeinse realisme in de portretkunst dat zelfs pukkels met liefde plastisch weergeeft. Carotta maakt van deze oudere dictator de ‘Lijdende Caesar’. Maar deze voorstelling van de vereerde leider wordt niet door bronnen ondersteund. Zij past bovendien niet binnen antieke voorstellingen van goden. Naast deze Lijdende Caesar staat Jezus als de Man van Smarten, met doornenkroon en al. Waar die voorstelling vandaan komt, wordt wijselijk niet vermeld. Iedereen met enige kennis van cultuurgeschiedenis ziet immers dat het op zijn vroegst een voorstelling uit de late middeleeuwen kan zijn. Pas dan wordt namelijk het menselijke in de Godmens benadrukt. De gekruisigde Christus is tot ver in de middeleeuwen alleen de goddelijkheid die de mensheid aan het kruis hangt te verlossen. Christenen schrokken er overigens lang voor terug om de verlosser uit te beelden aan het infame executie-instrument dat het kruis was. Het duurde eeuwen voordat zij de ergernis van het kruis, het scandalum crucis, te boven waren. De eerste officiële uitbeelding van een onbewogen, majesteitelijke Christus aan het kruis dateert uit circa 430. Niettemin veronderstelt Carotta dat de voorstelling van de Lijdende Caesar – die dus niet bestond – is omgegoten in die van de Lijdende Jezus – die toen ook niet bestond! Carotta’s idee-fixe schept zelfs een crucifix van Caesar. Van de begrafenis van de vermoorde dictator maakte Caesars partijganger Marcus Antonius een heel spektakel. Beroemd is de redevoering die Shakespeare hem bij die gelegenheid in de mond legt: ‘Friends, Romans, countrymen, lend me your ears’, met de bijtende herhaling ‘For Brutus is an honourable man’. Om de emoties van het volk nog meer te bespelen, liet Marcus Antonius boven op de baar een beeld van Caesar bevestigen aan een mèchanè, een hijsinstallatie. Carotta weet zeker dat deze beeltenis aan een soort kruis hing. Zo construeert hij weer een van de ‘frappante’ parallellen die hij nodig heeft om zijn hypothese te onderbouwen dat het leven van Jezus een verbastering is van dat van Caesar. Maar de bronnen spreken niet van een kruis. En gezien het sinistere van een kruis zal iedere associatie hiermee zijn vermeden. Ter vergelijking stelt men zich voor dat boven op de auto die het lichaam van Pim Fortuyn naar Westerveld bracht, een pop was bevestigd met de beeltenis van de dode hangend aan de galg! Verder beweert Carotta dat veteranen van Caesar in Palestina ondergronds zijn cultus hebben voortgezet en Julius Jezus hebben genoemd – die namen lijken ‘verbluffend’ veel op elkaar. Maar waarom zou er geheimzinnig zijn gedaan met de verering van de vergoddelijkte Caesar? Hij was de stichter van de dynastie van de Iulii-Claudii, die tot 68 na Christus regeerde. De vorsten droegen vol trots de naam Caesar, die tot een titel werd. Vandaar ons ‘keizer’ en het Russische ‘tsaar’. De Oranjeklanten zweren Willem de Zwijger toch ook niet af? Carotta’s bewering dat Caesars veteranen de cultus van hun generaal stiekem levend hielden te Caesarea in Palestina, is in tegenspraak met de historische feiten. De stad werd door Augustus aan Herodes de Grote geschonken. Diens zoon Philippos maakte hem onder keizer Tiberius tot hoofdstad van zijn tetrarchie en noemde hem Kaisareia, waarschijnlijk vooral ter ere van Caesar Augustus. Het is bovendien uiterst merkwaardig dat pas tweeduizend jaar later de maskerade Jezus = Caesar kon worden ontdekt. In de oudheid waren er genoeg tegenstanders van het christendom die iedere kans tot verwerping aangrepen: natuurlijk had Maria een slippertje begaan – liefst met een Romeinse soldaat. Jezus’ lijk was ‘natuurlijk’ in het geheim uit het graf gehaald om goedgelovigen wijs te kunnen maken dat hij was opgestaan. Maar Jezus’ bestaan is nooit in twijfel getrokken door antieke tegenstanders, die onvergelijkelijk veel dichter bij de feiten stonden dan Francesco Carotta anno Domini 2007. Kortom, Carotta’s idee heeft niet de status van een wetenschappelijke theorie, waarmee ieder onderzoek begint. Men kan natuurlijk van alles beweren, bijvoorbeeld dat apen van mensen afstammen. Of dat de Eiffeltoren in Londen staat. Leuk als wilde inval, aardig voor een roman, maar geen hypothese, laat staan een theorie. Pseudowetenschap maakt echter geen onderscheid tussen een inval en een theorie.

‘NATUURLIJK HAD MARIA EEN SLIPPERTJE BEGAAN – LIEFST MET EEN ROMEINSE SOLDAAT.’

Bij het ontbreken van een plausibele en deugdelijke theorie kunnen we eigenlijk afzien van verder onderzoek. Maar laten we voor de aardigheid toch even meegaan in de volgende onderzoeksfase, de verifiëring. Honderden argumenten zouden Carotta’s gelijk bewijzen. Een overvloed aan argumenten is typisch voor pseudowetenschap. Geen enkel van Carotta’s argumenten deugt echter. En leerden we al niet op de lagere school dat duizend keer nul ook nul is? Desgevraagd voeren de carottisten zelf de volgende argumenten als de sterkste aan: Jezus wordt in de Jordaan gedoopt en Caesar trekt de Rubico over – ze hebben alle twee dus iets met een rivier! Ze worden beiden verraden, respectievelijk door Judas en Brutus. ‘Galilea’, waar Jezus vooral predikte, lijkt verbluffend veel op ‘Gallia’ (door Caesar veroverd). Maria Magdalena, die Jezus’ voeten met mirre zalft, is natuurlijk Cleopatra die Augustus als smekeling te voet valt. Jezus Christus en Julius Caesar hebben dezelfde initialen (net zoals overigens Johan Cruijff en Job Cohen) – een ‘verbluffende’ gelijkheid die echter alleen in het Latijn opgaat. In het Grieks – de taal van het Nieuwe Testament – wordt ‘Christos’ met een chi, een X, geschreven. Zo gaat het telkens: de frappante overeenkomsten kloppen nooit helemaal en zelfs al zouden ze kloppen, dan zeggen ze niets. Neem Pilatus. Die naam zou een verhulling zijn van Lepidus. De evangelist Marcus, aan wie Carotta een centrale rol toekent, moet wel aan een ernstige vorm van dyslexie hebben geleden. Natuurlijk – ook dit is typisch voor pseudowetenschap – wordt er veel werk gemaakt van woordovereenkomsten. Zou Dr. Kavoukopoulos werkelijk voor zijn rekening nemen dat enipsa, ‘ik heb gewassen’, een verbastering is van enikèsa, ‘ik heb overwonnen’? Want als de van zijn blindheid genezen man verklaart: ‘Toen ik gegaan was en mij gewassen had, zag ik weer’ (Joh. 9:11), geeft hij natuurlijk eigenlijk Caesars befaamde ‘veni, vidi, vici’ weer. Maar waarom klopt ook de volgorde niet? Geverifieerd wordt er dus niets, gefabuleerd wordt er bij de vleet.

‘JEZUS WORDT IN DE JORDAAN GEDOOPT EN CAESAR TREKT DE RUBICO OVER – ZE HEBBEN ALLE TWEE DUS IETS MET EEN RIVIER!’

Ten slotte moet een deugdelijke theorie ook de toets van falsifiëring kunnen doorstaan. Zijn er harde gegevens die Carotta’s hersenspinsel weerleggen? Natuurlijk mag men de evangeliën als partijdige documenten buiten beschouwing laten. Maar er zijn getuigenissen van buitenstaanders, zelfs van mensen die de christenen onwelgezind waren. Zij bewijzen dat er wel degelijk een Jezus Christus heeft bestaan. De kroongetuige is Tacitus. Deze Romeinse geschiedschrijver vertelt in Annales 15.44 dat in het jaar 64 Nero de brand van Rome de christenen in de schoenen schuift. Terloops legt hij aan zijn lezers uit waar het christendom, dit ‘verderfelijke bijgeloof’, vandaan komt. De naam christiani of chrestiani was afgeleid van ene Christus die onder procurator Pontius Pilatus in Judaea was geëxecuteerd tijdens het keizerschap van Tiberius. Alle moderne tekstuitgevers van Tacitus, die echt niet meer geleid worden door christelijke sentimenten, erkennen de tekst als authentiek – de laatste editie waarin de passage werd verwijderd, dateert uit 1907. Maar dit getuigenis, dat de hele ‘theorie’ falsifieert, wordt door Carotta unverfroren als een kwalijke falsificatie afgedaan. Zo heeft de pseudowetenschap altijd gelijk: argumenten die in de kraam passen, kloppen pas na bedrieglijke bewerking, harde tegenargumenten gelden als bedrog. Carotta doet overigens niet het hele verhaal weg. Dat chrestiani mag blijven staan. Het zou niets te maken hebben met Christus, maar met het Griekse woord voor woekeraar, chrestes. Nero maakte de gehate woekeraars tot zondebokken! Maar er staat niet woekeraars, chrestai, maar ‘woekerianen’. De Latijnse uitgang -ianus betekent namelijk ‘aanhanger van’. Zo hebben we in de Romeinse geschiedenis de Mariani, Pompeiani en Caesariani. Maar wat moeten we ons in hemelsnaam voorstellen bij ‘de aanhangers van de woekeraars’? Dit verbijsterende staaltje carottaanse etymologie laat zich met honderden vermenigvuldigen. Niets klopt echt, maar ook als het laatste argument wordt weerlegd, is de gelovige nog niet overtuigd. Hij wil gewoon dat zijn geloof waar is. Daarom vielen enkele Nederlandse atheïstische geestverwanten in de val van Carotta. Ze wilden iets te graag dat Jezus een verzinsel was. Als je hen aanspreekt op hun intellectuele misstap worden ze kwaad. Cliteur noemt me in een e-mail een stalker. Deze analyse van het carottisme legt de kenmerken van alle pseudowetenschap bloot. De pseudowetenschapper is steeds een buitenstaander. Hij geniet van de miskenning door de gevestigde wetenschap, terwijl hij een argeloze overloper gretig omarmt. Zijn inval voldoet niet aan de eisen van plausibiliteit en deugdelijkheid. De verifiëring van zijn ‘theorie’ zoekt hij in de overvloed, niet in de kwaliteit van argumenten. Zijn bewijzen gaan stuk voor stuk niet op. En harde tegenbewijzen doet hij af als bedrog.

‘CLITEUR EN VON DER DUNK WILDEN IETS TE GRAAG DAT JEZUS EEN VERZINSEL WAS.’

‘Waarom krijg ik toch zoveel dwazen op mijn dak?’ klaagde onlangs een conservator van een archeologisch museum. De verklaring is niet ver te zoeken. Er zit nu eenmaal veel mythische ruimte in de antieke geschiedenis. En Jezus is natuurlijk een figuur die bij uitstek tegenspraak oproept. Een echt evenwichtige studie is Geschiedenis van het vroege Christendom van Eginhard Meijering. Hij doceerde decennialang aan de Leidse universiteit en is remonstrants dominee. Vanuit die dubbelrol geeft hij steeds nauwkeurig aan waar wetenschap eindigt en geloof begint. Daarvan kunnen de pseudowetenschap en haar aanhangers nog veel leren.

Dr. Anton J.L. van Hooff was tot 2005 universitair hoofddocent klassieke geschiedenis aan de Universiteit Nijmegen, waar hij nog in deeltijd antieke cultuurgeschiedenis doceert. Om het lerarentekort te helpen lenigen, geeft hij ook les aan het Stedelijk Gymnasium Nijmegen.

 

REAKTIE FULVIUS DE BOER: ‘Well, well…

ENGLISH VERSION

Zie verder:

JAN VAN FRIESLAND CONTRA ANTON VAN HOOFF

PAUL CLITEUR CONTRA ANTON VAN HOOFF

THOMAS VON DER DUNK CONTRA ANTON VAN HOOFF

THOMAS VON DER DUNK CONTRA ANTON VAN HOOFF

TOMMIE HENDRIKS OVER RECEPTIE CAROTTA

INGEZONDEN BRIEF ACADEMISCHE BOEKENGIDS

Advertenties

Categorieën

%d bloggers liken dit: