Brief in het Latijn van Paus Johannes Paulus

Op zijn blog de Mainzer Beobachter schrijft Jona Lendering:

“Het Nieuwe Testament vermeldt nogal wat Romeinse soldaten. Johannes de Doper wordt gedood door een speculator, een centurio vraagt Jezus om zijn knecht te genezen, Jezus zegt dat zijn Vader hem zo twaalf legioenen van engelen ter beschikking zou stellen, Pilatus had de rang van praefectus en verhoort Jezus in een praetorium (een militair hoofdkwartier), en een Romeinse soldaat erkent als eerste dat de gekruisigde de Zoon van God was. En er is natuurlijk het ontroerende verhaal over de geesteszieke man in Gerasa, die zichzelf Legioen noemt. Daarmee is het Nieuwe Testament een doodnormale joodse tekst. Elke Jood was destijds onder de indruk van de Romeinse strijdmacht.”  

Kun je deze conclusie zo trekken? Zijn de evangeliën van oorsprong Joods of stammen ze eerder uit een Romeinse bron?  Waarom zou een tekst die vol is van Romeinse begrippen, in oorsprong juist geen Romeinse tekst kunnen zijn? Je moet toch ook deze verklaringsmogelijkheid in een analyse betrekken? Francesco Carotta en eerder o.a. Paul-Louis Couchoud gaan er vanuit dat de oertekst oorspronkelijk in het Latijn is geschreven en ze hebben daar linguïstische argumenten voor, o.a. de veelheid aan latinismen met name in de Marcustekst. Carotta over de relatie tussen het Latijn en het Grieks:

“Detailed examinations of the oldest manuscripts—especially the bilingual Latin/Greek—have shown that with Mark the Greek text in fact is dependent on the Latin. And there is still more: the deviations between the readings in the Greek manuscripts are explained best if they are seen as different versions of translation of the Latin text. Also the fact that the Church Fathers—demonstrably Clement, Irenaeus and Justin—cite the Latin Mark, which they translate ad hoc into Greek, speaks for the priority of the Latin version. Thus, the findings of modern textual research compel us to take the old tradition about Mark seriously: the road leads to Rome.”

(noten in origineel)

Mocht Carotta gelijk hebben – tot nu toe is zijn theorie wel positief ontvangen (maar niemand heeft de theorie met geldige argumenten kunnen verwerpen)  – dan is het evangelie eerder geschreven dan in de periode waarin verondersteld wordt dat een Jezusfiguur over het water zou hebben gelopen. Wie ondermeer dit wonder verklaard wil zien, en welke klassiek historicus wil dit niet, zou toch eens de Caesarbronnen er op na moeten slaan. Hier de link:

https://www.carotta.de/subseite/texte/jwc_e/w&w.html

Voor een indruk van een originele tekst, gelieve aan te klikken:

Cambridge, University Bibl., Nn. 2, 41 · (Codex Bezae, D) · fol. 288V/289R: Marc. 1:38-2:5 (graec./lat.) Cf. Vogels (1929) Tab. 18/19

Wat betreft de Mainzer Beobachter worden bijdragen die de theorie van Francesco Carotta in een genuanceerd perspectief plaatsen helaas geweerd en verwijderd: geen vernieuwend paradigma wat geen weerstand oproept bij de gevestigde blikrichting.  Zie ook een repliek qua andere positie in het debat: hier