Gepost door: dejister | 3 augustus 2010

Het nut van het laatste argument

Een bevriend kunsthistoricus staat met een groep kunsttoeristen voor het ivoren tafereel in het British Museum waarop de eerste kruisiging zichtbaar is van Christus in een verhalende setting.  De goede man somt de argumenten op waarom dit tafereel óók de ‘kruisiging’ , het bijzettingsritueel van Julius Caesar zou kunnen verbeelden. Caesargeschiedenis als voorloper van verhaal over Jezus. Interessant nietwaar? Maar dan gebeurt er iets opvallends, meldt hij. Naarmate hij meer argumenten toevoegt ter ondersteuning van zijn betoog neemt het nut van die argumenten af. Op een bepaald moment denken de gegroepeerde kunstminnaars rondom de vitrine: nu ga je te ver. En daarna werkt de verdere bewijskracht die een weg zoekt in de grijze massa van elke toehoorder in het tegendeel. Natuurlijk kennen wij het beginsel van Occam’s Razor, waarin een verklaring van een verschijnsel het meest houdbaar is als het wordt verklaard met de minste argumenten.  Maar om een patroon te zien of te verklaren, kom je tal van sets van argumenten tegen die een rol spelen in de verschillende paradigmata. Het is klaarblijkelijk heel moeilijk om vanuit het ene paradigma in het andere te klimmen. Voor iemand zoals ik, met een zwemdiploma en een rijbewijs, kan ik redelijk logisch redeneren. Dat kan degene tegenover mij ook: hij heeft ook een rijbewijs en zelfs drie zwemdiploma’s. Ik ben ongelovig, hij gelovig. Denk niet dat ik het red deze gelovige in een week op andere gedachten te brengen. Elk nieuw argument wat te berde komt, zo schat ik,  zou alleen maar belachelijker worden in elkaars ogen. En ik vermoed dat we al schuddebuikend en uitgeput van het lachen de zesde dag zouden doorbrengen en elkaar niet hebben overtuigd. Francesco Carotta legt in mijn documentaire op een zeer logische wijze een relatie tussen de persoon van Brutus bij Caesar en Judas bij Jezus. Zijn logica is van de meest eenvoudige soort en wordt zelfs gehanteerd door anderen, theologen,  om beweringen te staven. Maar, vermakelijk, sommigen vallen om van het lachen bij zo’n redenering. In de trant van:  een plus een is twee… en twee plus twee is welliswaar vier, maar vier plus vier is acht…dat is ronduit belachelijk. Vrolijke boel allemaal. Thomas Kuhn begreep al dat paradigma-wisselingen niet via de weg van de logica gaan, maar ingebed zijn in een sociaal- historische context. Elke dominee heeft natuurlijk ook een huishouding en vaste lasten.

Advertenties

Categorieën

%d bloggers liken dit: