Gepost door: dejister | 22 mei 2010

Augustinus en Pinksteren

AGUSTIN

Aurelius Augustinus

In De Stad van God rept Aurelius Augustinus over de oorsprong van het Christendom. Waar begint het Christendom? Bij de geboorte van Christus, zou men kunnen stellen. Ja toch? God zou immers het kind in de wereld hebben geplaatst. Augustinus heeft daar moeite mee als hij schrijft:  

‘Als beginpunt van die verering moeten we niet Christus geboorte nemen, want als kind en knaap heeft Hij nog geen leerlingen gehad.’ (XVIII, 54)

Pas nadat Hij navolgers heeft en na het doopsel van Johannes de Doper in de rivier de Jordaan is er het Christendom, aldus Augustinus.

Dat geldt ook voor Caesar. Hij moest eerst opklimmen in de hiërarchie, was als kind en jongeling in politieke zin niet veel waard, moest aanhang verwerven en pas na zijn overtocht over de rivier Rubico, en de controverse met Pompeius,  verpreidde zich zijn naam en kozen mensen voor hem. Volgens Francesco Carotta zijn de teksten over Jezus gebaseerd op de eerdere teksten over Caesar.

Johannes de Doper (rechts)

De tekst over de doop van Johannes de Doper bijvoorbeeld, zou de oorspronkelijke tekst over de politiek-militaire activiteiten van Pompeius zijn. Het verwijt van de illegitieme doopactiviteit van Johannes de Doper zou een herschreven versie zijn van de illegale bewapening van Pompeius. Carotta stelt dat de oorspronkelijke woordbetekenissen die verwijzen naar het zegenen en schoonmaken van de wapens getransformeerd zijn naar het dopen en boetedoening. Dit heeft Augustinus niet gezien, mogen we aannemen. Maar Augustinus stelt dat het geloof zijn loop is begonnen

‘met een zo’n prachtig oplaaiend vuur, dat verscheidene duizenden mensen zich met een wonderbaarlijke voortvarendheid tot de naam van Christus bekeerden (…)’ (XVIII, 54)

Waar was eerder sprake van een groot vuur? Bij de crematie van Caesar op het Forum Romanum. Waar Marcus Antonius zijn beroemde redevoering hield om het leed te delen met de toegestroomde bevolking, door Caesar te prijzen. Volgens Carotta gaat Petrus taalkundig terug op Antonius.

Sint Petrus

Grappig, en een nader onderzoek waard, is de dubbele houding die Augustinus aanneemt ten aanzien van Petrus:

‘Wij die Christenen zijn en genoemd worden, geloven dus niet in Petrus, maar in Hem in wie Petrus geloofd heeft. Wij zijn wel gesticht door de woorden van Petrus, maar niet betoverd door zijn bezweringsformules; wij zijn niet door zijn wandaden bedrogen, maar door zijn goede daden voortgeholpen.’ (XVIII, 54)

Advertenties

Categorieën

%d bloggers liken dit: